Nacht van Arbeidt 4: Joseph en Maria

Zij, contemporaine Joseph en Maria, als niets anders dan te beschrijvende engelen redde mij van de reizende verdrinkingsdood. Hij een slonzig overkomen, petje gedragen met daar onderuit komend lang ongewassen haar, maar intens oprecht en aardig. Zij type schooljuffrouw die waakt over haar schoolkinderen, en die hun juf nimmer zullen vergeten door haar warme en alles omvattende goedheid. Dit koppel ving mij de derde dag op. Het zijn -anders dan doorreisde- verreisde mensen. Eerstgenoemde zijn reizigers die controle houden, zich niet laten overmeesteren door het reizen. Verreisde menen is een stadium verder en zien reizen als een bovenmenselijk, haast goddienstig iets. Het leven als traveler heeft zich meester van hen gemaakt en zij zullen zich niet meer kunnen aanpassen in een ‘normale’ manier van leven zoals u en ik dat kennen; het reizen bepaalt hun leven. Vaak doen zij ook aan yoga, zweven over de aardkloot en eten geen vlees. Bij doorreisde mensen ligt het ‘gevaar’ voor verreizen als een waakzaam luipaard op de loer. Een wijze les: wees dus op uw hoede.

 

Dit lieve koppel is verreisd, hopeloos verloren. Hun grootste droom: het hebben van een eigen boerderij om van daaruit autarkisch het leven te kunnen leiden. Een nobel streven, vaak niet door ‘normale’ mensen op waarde geschat. Met hen zou ik deze dag optrekken en zij zouden mij een maaltijd aantrekken voor hun vertrekt. Wederom voelde ik hoe de onstuimige tranen van geluk zich meester van mij maakten toen we samen aten, wat lief. Maar dit was niets in vergelijking met het cadeau dat zij voor mij hadden voordat zij daadwerkelijk met een ronkende motor klaar stonden om mij, met hernieuwde hoop, te verlaten. ‘We’ve got a present’, en hij reikte mij de heilige graal, een joint zo perfect gedraaid, dat ik -zoals u wel inmiddels begrijpt- in onzichtbare tranen uitbarstte. Een waardig godgeschenk en daar vertrokken zij in hun volgeladen auto. Mochten zij, om wat voor reden dan ook, deze tekst ooit onder ogen krijgen dan rest mij niet meer te schrijven dan: dank, jullie hebben mij gered van de totale ondergang.

De volgende dagen voelde ik mij stuk beter en ik maakte zelfs vrienden in de vorm van een Duits aandoenlijk koppel (het bestaat) en ik ontmoette juffrouw Gans, ik ben haar werkelijk naam vergeten en noem naar juffrouw Gans omdat haar schuin aflopende kin en overbeet mij deed denken aan een gans. Hoe ze het had gedaan is mij een raadsel, maar dit schepsel had een HBO-diploma behaald (wat is mijn diploma nog waard?). Ook probeerde ze de uni, maar dit bleek een onneembare vesting. Ondanks haar misschien niet al te snuggere overkomen, had ze een zeer aandoenlijk karakter. Tijdens onze ontmoeting maakte ze een vergelijking tussen zichzelf en Britt (‘Ik ben heus niet zo stom als Britt hoor.’) Ik snapte werkelijk wie of wat ze bedoelde, later vond ik op internet dat het ging om een televisiepersoonlijkheid. Een andere lief ding van dit gansje -ook haar hele karakter en bewegen deed mij denken aan dit gevogelte- was haar grenzeloze liefde voor kangaroos. In groep drie had zij een spreekbeurt gehouden over dit hobbelende dier en sedert die tijd had ze de diep gekoesterde wens dit beest in het echt te zien.

Als een maniak kwam zij op een avond op mij afgerend, terwijl ik rustig zat. Haar kinderwens was werkelijkheid geworden en met de enthousiasme van een zevenjarige op z’n verjaardagsfeestje kwam ze mij haar goede nieuws vertellen. Wat kan een mens toch snel tevreden zijn. Ondanks de sfeer en wereld om mij heen zich duidelijk verbeterde, was ik op zoek gegaan naar ander werk. Op de dag dat ik moest kiezen nog een week te blijven of te vertrekken vond ik een andere job. Ik moest toegeven het jammer te vinden mijn nieuwe vrienden vaarwel te zeggen, maar ik moest het doen. Dit is mijn reis.

 

Eén gedachte over “Nacht van Arbeidt 4: Joseph en Maria”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.