Nacht van Arbeidt 5: (in) verwachting

Slot.

(In) verwachting.

Het is vreemd iets te doen waarvoor je jaren spaart en wat, nadat je veertienduizend kilometer hebt gevlogen, werkelijkheid wordt. Enkel afstand en tijd scheidt jou van een illustere droomwereld die niet blijkt te zijn wat je op voorhand dacht.

Natuurlijk heeft mijn eigen naïviteit hiermee te maken, want hoe kon ik werkelijk denken dat reizen een soort voortwokerende utopische droom is, waarin alles wat gebeurt, wordt gevoed met grenzeloze gelukszaligheid. Dit waanbeeld wordt ook versterk door vermaledijde sociale media: een schijn wereld waarin iedereen vrijwel alleen geluksmomenten deelt. Hoezee! In het bijzonder reizigers doen thuisblijvers geloven, middels de meest fantastische en gefilterde foto’s, dat hun reis een groot orgasme van genot is. En dit dient ook te gebeuren want de reiziger heeft tijd, energie en geld in het project gestoken, en dit kan mede verzilverd worden door digitaal gekwijl van de aanschouwer aan het thuisfront, in de vorm van likes reacties.
Ook ik likkebaardde, werkte hard en spaarde voor mijn reis. Dit zou in een woord geweldig worden; moet geweldig worden. Maar de werkelijkheid, zeker in het begin, is rauwer. Je stapt helemaal geen oneindige droom binnen, maar een ander land waar vaker de zon schijnt en natuur meer te bieden heeft -ook orkanen, regen en hitte. Na vier maanden onderweg te zijn durf ik te schrijven dat mijn verwachting te hoog gespannen was en ik enige aanpassingsproblemen kende. Nooit had ik de drang huiswaarts te keren, maar het echte reisgevoel kende ik niet, alsof reizen en ik elkaar niet helemaal begrepen.

Nu zit ik aan een tafeltje in een fish restaurant in vredelievend Townsville. Een ogenblik van een seconden keek de serveerster mij argwanend aan toen ik vroeg of ik hier kon tikken, maar direct herpakte ze haar Australische aardigheid, en natuurlijk hielp ik haar met het verzetten van een tafel zodat ik bij stopcontact kon zitten. Terwijl ik tik, leest mijn liefdesbronnetje een boek onder een boom aan het strand. We zijn samen, maar laten elkaar ook met rust op momenten als we dat nodig hebben -op momenten als ik dat nodig heb. Ik denk terug aan de afgelopen maanden. Nadat ik had gewerkt op de eerste farm vertrok ik naar een andere. Daar werkte ik precies tien dagen en verdiende genoeg geld om het besluit te kunnen nemen naar Sri Lanka te gaan. Daar op een overvol perron in Kandy sloten wij elkaar in de armen. Ik voelde hoe een vrouw zittend op een bankje ons aanschouwde. Ze lachte terwijl ze ons dromerig bekeek en dacht: dat is liefde. Na Sri Lanka vlogen wij samen naar Australië waar mijn busje al op ons wachtte. We kregen tweeënhalve week bezoek van olympiër Birgit Ente. Het was geweldig helemaal toen we met een 4×4 over Fraser Island scheurde. We kwamen vast te zitten op een camping in Beerwaa. Duizend kilometers ten noorden was Orkaan Debbie aan land gekomen en had een vernietigend spoor door het landschap getrokken. Wij kregen een vleugje van dit natuurgeweld mee in de vorm van een etmaal durende regen. Ook mijn trouwe vierbander kreeg het zwaar te verduren en wilde vanwege een doorregende versnelbak (kan ook iets andere zijn) niet meer starten. Toen was het zwaar kut, maar nu ik eraan terugdenk, was het eigenlijk best geinig; ik voelde iets wat ik thuis nooit zou voelen. Was dit het reisgevoel?

We reden verder in noordelijke richting terwijl langs de kant van de weg sporen van de orkaan duidelijk zichtbaar waren in de vorm van omgewaaide bomen, overstroomde rivieren en verstoorde ‘creeks’. Later was de ravage pas echt goed zichtbaar toen we met grote ogen het paradijselijke Airlie Beach inreden. Hier was de kern van Debbie aan land gekomen en had vreselijk huisgehouden. Waar oneindige bergweides normaal bedekt worden met een levendig groen deken van bomen, was nu een kale dorre vlakte te zien. Enkele zeilboten waren uit het water getild en lagen zielloos op het stad; een macaber aangezicht. Azuurblauw water had plaatgemaakt voor een grauwe, modderige massa, elektriciteit nauwelijks voor handen. De stad was bezig haar wonden te likken. Je voelde pijn, verdriet en verlies door de warrige straten van deze normaal zo levendige plek. Het was vreemd te vertoeven op een plek waar ik als toerist niet hoorde te zijn. Snel vertrokken we en ik weet nog steeds niet of ik de apocalyptische rookwolken, die ik dacht te zien in de achteruitkijkspiegel, verbeelding waren of werkelijkheid. Het reisgevoel dat ik hoopte te krijgen, had ik ondanks alle gebeurtenissen tot dan toe nog niet. Ik begon aan mijzelf te twijfelen. Was ik wel een waardig reiziger? Zou ik wel een dusdanig lange tijd van huis verwijderd kunnen zijn? Was ik wel de vrije vogel die ik dacht te zijn?

Nu ben ik in Townville helemaal alleen met mijn liefde. Dit is wat ik wilde, met zekerheid kan ik schrijven dat mijn verwachtingpatroon zich heeft aangepast aan de werkelijkheid. Ik voel iets wat ik niet eerder voelde en dat is de vrijheid, het geluk en plezier dat ik ook voel wanneer ik op een drukke zaterdagmiddag door mijn Haarlem slenter. Ik voel me chill. Net kwam ze bij me zitten, ik zag dat er iets was. Eerder vandaag, tijdens de lunch hadden we een gesprek over onze liefde. ‘Wat is er’, vroeg ik terwijl een zeebries door de openstaande puien haar gouden haar laat dansen. We keken elkaar aan.
‘Niets.’

‘Jawel.’

Ze draaide haar hoofd weg. Ik ken haar en wist dat ze nu iets ging zeggen.

‘Denk je dat het uitgaat binnen nu en een jaar?’

Doordat ik haar vraag niet verstond en dacht dat ze honderd jaar zei, grapte ik:

‘Nee, ik denk niet dat het uitgaat binnen nu en honderd jaar.’

Ze lachte, maar ik wist dat ze het meende.

‘Serieus, denk je dat het uit zou kunnen gaan?’

‘Het zou ooit uit kunnen, maar niet binnen nu en een jaar. En als het uitgaat, weet je wat dan het mooiste is wat kan gebeuren?’

‘Nou…’

‘Dat we weer verkering krijgen.’

Haar ogen twinkelden en ze lachte zoals alleen zij dat kan. Ik aanschouwde het bijzondere wezentje, wij samen in Australië het is bijna een wonder. De Nacht van Arbeidt is voorbij, het echte reizen kan beginnen en ik doe dat samen met mijn liefde terwijl we elkaar liefhebben en vrij laten, zo moet het volgens mij zijn. Ja, zo moet het zijn. Ze keek me nog een keer aan en zei wat de kop van dit stuk doet vermoeden. Godverdomme.

Einde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.