Outback 3

Kerkhof

Levenloos in alle vormen en maten, in elk stadium van het onvermijdelijke proces van ontbering, liggen ze aan de wegkant. Vrijwel altijd kangoeroes. Soms een vogel of een vosje, en heel soms een slang. Wanneer het leven na de verschrikkelijke hamerslag het wezentje heeft verlaten, kleuren verse bloedsporen het kokende asfalt. Een onflatteus aangezicht voor passerende reizigers, en onwennig in het begin. Maar alles wendt en inmiddels weten ze wanneer een rijp aangereden dier te treffen omdat van ver al te zien is hoe aasgierige vogels boven het kadaver cirkelen.

De volgende fase in het proces tot stof te transformeren tref je ook veelvuldig op de oneindige lappen weg, die als duizenden kilometers lange, speels neergelegde schoenveters door het landschap trekken. Alle levenssappen hebben het hoopje verlaten. Her en der vindt een goedzoekende kraai nog een verdord stukje vlees, taai als leer. Botten zijn al zichtbaar en niets van dit alles doet vermoeden dat er ooit leven huisde in het kliekje dier. In de laatste fase toont alles wat rest zich als een skelet aan de rondtrekkende nomaden van deze meedogenloze wereld. Tot stof zijt gij en tot stof zult gij nimmer wederkeren.

Naast grote, harige zoogdieren zijn er ook ontelbaar aandoenlijk vliegende vlinders die hier het leven laten. Doordat zij naïef en dromerig oversteken, worden zij door voorbij razende auto’s en de daarmee komende alles vernietigende windvlaag tegen het wegdek gesmeten en, terwijl het gebrul afneemt, treedt onvermijdelijk de dood in. Maar ook op voorruiten en bumpers van diezelfde automobilisten rest na het bereiken van de bestemming veel uit elkaar gespat gedierte, waarvan smeuïge sappen als uitgeknepen puisten vaak een bron van irritatie vormen en die er op een vrij moment, door de getergde eigenaar met ongepaste wrevel vanaf wordt geboend: de dode heeft eindelijk rust

Ik kijk naar mijn liefdesbronnetje. Ze zingt vrolijk met muziek en draagt een tweedehand gekochte trui die zelfs Mart niet zou dragen. Ze heeft geen idee wat er ondertussen voor gruwelijke slachtingen plaatsvinden rond onze rijdende bolide. De zon die vanaf de zijkant schijnt, tovert een goud bruine gloed op haar mooie gezichtje. Een vlieg spat uiteen op de bumper: dood. Haar mond glimlacht, mijn hart versnelt: liefde. Een vlinder kwakt op het afvalt: verderf. Mijn busje rijdt door. We kijken elkaar aan: mooi. Een wesp op de bumper: vaarwel eindigheid. Ze lacht zoals alleen zij dat kan: een kus. Omringd door dood en verderf – welkom oneindigheid – ervaren wij elkaars plezier op het langste kerkhof ter wereld. En dat is best een beetje gek. Heel gek.

-Einde-

Eén gedachte over “Outback 3”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.