18-mei-2017, lieve Kutty: Olijvenfarm

Van het plafond, waar dikke draden spinrag als macabere suikerspinnen aanhangen, lopen langs muren scheuren die de staat van dit sinistere verblijf tekenen. Onze slaapkamer lijkt regelrecht het decor van een horrorfilm, er staat een niet-werkzame kachel waar zelfs mijn oma van zou zeggen: ‘Is dat niet een beetje een ouderwets exemplaar, mijn jong.’ Ik kan mij niet aan de gedachte onttrekken iedere avond voor het slapengaan te denken dat ik tijdens mijn slaap gewekt word door hard bonzen op de voordeur. Er staat een angstaanjagend figuur die mij met ijzige, hologige ogen bekijkt. Door het flauwe maanlicht zie ik, hoe druppels bloed als tranen langs zijn witte gezicht lopen. Hij grijnst. In zijn knokige handen rust minimaal een kettingzaag en hij wil maar één ding: mij in mootjes zagen, want -owja- we zitten hier helemaal alleen en afgelegen. Het hele spookachtige, vervallen verblijf waar Jo en ik zitten, boezemt mij naarmate de nacht invalt meer angst in. Iedere avond weer, met als ultiem hoogtepunt die keer dat stoppen doorsloegen: welkom op de olijfenfarm van boer Phillip.

De Jo vond het plukken van olijven wel leuk.

We begonnen hier te werken met vier andere backpackers: een mof die alleen over auto’s kon praten, twee Franse dames en een snobbistisch Argentijns reis-wijf die iedere dag dezelfde dertig songs luisterde. ’s Ochtends Bob Marley, dan Santana. Na de lunch werd luid meegezongen met Spaans gewouwel. En dan was ik echt boos. Onze ‘baas’ was de chaotische boer Phillip. Nee hij heeft de anderen niet successievelijk omgebracht, maar na een week vertrouwde hij alleen ons zijn vorstendom toe, terwijl hijzelf terug naar Sydney moest om zijn slagerij te runnen. Toen De Jo en ik hier trouwens in het pikkedonker aankwamen zochten we de ingang van zijn enklave. Na een paar keer te zijn gekeerd onder lichtelijke paniek, kwam er vanuit het oneindige zwarte een lampje onze kant uit. Tien minuten later bleek dit een auto te zijn en we hoopten dat Phillip de boer ons kwam halen. Niets was minder waar, want daar stond plots de buurman die vertelde dat ‘Phill the butcher’ bij het rode hek woont. Wij kenden alleen z’n voornaam en het bijvoegsel butcher bracht ons enige mate van angst mee. Maar, na de kennismaking bleek Phillip een alleraardigste kerel van Griekse komaf die -hoe kan het ook anders- een souvlakie tent en slagerij runt. Als hobby, en om bij zijn boze vrouw weg te kunnen, plukt hij een keer per jaar, drie weken zijn olijfbomen.

Stukje fotografische vrijheid: Lijdensweg van Bordeelsluipers.

De volgende dagen ontstond er een heuse klik tussen Phill en mij. Hij, geïnteresseerd in wereldse zaken, volgt het nieuws en vond het reuze boeiend dat ik journalistiek had ‘gestudeerd’. Om ons, de backpackers, van eten te voorzien had hij de koelkast volgeladen met worsten, hamburgers en kippenborst. Hij deed enorm zijn best het ons naar de zin te maken. Wel was opvallend dat deze hardwerkende Griek -ja, ze bestaan- helemaal niets at, wat na een aantal dagen tot gevolg had dat het soms net leek of hij even uitviel. Hij staarde wazig, reageerde niet meer en kon ieder moment omvallen. Ander leuk punt: zijn licht racistische kijk op wereldproblematiek -of beter: het feit dat moslims daar de oorzaak van zijn. Donkere mensen in Zuid-Afrika hadden het ook moeilijk, dacht ik te verstaan, maar hij bedoelde dat negers daar de kiem van vrijwel al het kwaad zijn. Kortom een erg sympathieke vent. Toch vond ik hem aandoenlijk en nadat hij Jo en mij had gevraagd langer te blijven om te plukken, en op zijn farm te passen, hoefden we niet lang na te denken -we hadden immers geld nodig.

Hier zit er vorst op het voorruit. Koud he.

Uiteindelijk hebben we daar twee weken gewoond/gewerkt en waren vooral de laatste paar dagen zwaar. Doortrekken van de wc konden we alleen doen na het poepen omdat het water in het bassin bijna op was. Het waterreservoir trouwens – hier kwam ik later achter – vulde zich enkel met vers regenwater wat dus automatisch betekende dat wij al tweeënhalve week douchten met gezegend hemelwater. Een ander punt, los van de levensgevaarlijke electrische kachel, een kwellende geur, Jolien, schijtende schapen, Jolien, pijn in mijn oude lijf, olijven die mijn neus uitkwamen, Jolien, de kou, een ranzig bed en dito dekens, Jolien, en ratten, zijn de vele tientallen fruitvliegjes die zich inmiddels in de gang hebben verzameld. Een flink deel van de wezentjes ligt levenloos op de grond en diegenen die nog kunnen fladderen doen dit rond een blauwe jas die vermoedelijk van Phill is. Ik durf niet te kijken, ik ga slapen. We moeten nog twee dagen.

Slaap lekker.

Xm.

PS voor de zekerheid ligt er een ferme klauwhamer onder m’n kussen.

2 gedachten over “18-mei-2017, lieve Kutty: Olijvenfarm”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.