Bus 438; bestemming onbekend. Deel 1

Mensen vragen mij wel eens: Mike wat doe je nou zoal in dat geile Sydney? In de volgende paar verhalen geef ik op geheel eigen wijze antwoord op deze vraag. Maar, eigenlijk valt het kort samen te vatten: ik doe niet zo veel.

Deel 1/2

Het pasje glijdt langs de scanner, twee vriendelijke ogen, een lach. Piep. Ik betreed het voertuig en aanschouw de wezens; wezens aanschouwen mij. Een aroma van publiek domein verovert mijn reukorgaan, een ongerieflijk gevoel, de grillen van het openbaar vervoer. Als nieuweling in dit oerwoud van ongeschreven regels en wetten heb ik het recht een zitplaats op te eisen, ik heb immers betaald en wil rustig kunnen genieten van wat komen gaat. Dit is altijd een ietwat onbekoorlijk situatie, ik weet namelijk hoe irritant het is als een wildvreemde naast je komt zitten. Diegene voelt als handtastelijke oom Jaap die nichtjes met verjaardagen op zijn bezwete schoot neemt, knokige vingers knijpen in het jonge mensenvlees. Onnodige kusjes en klamme handjes zullen zij, de nichtjes, zich altijd herinneren. Kortom: ga verdomme niet naast mij zitten. Dit is de wet behoud op openbaar domein en je doet er alles aan om dit te behouden. Je gaat breder zitten, wiebelt op de stoel, ja, je maakt jezelf zo onaantrekkelijk mogelijk zodat je met gepaste vrijheid jouw rit kan voortzetten. Aan de andere kant, en dit is paradoxaal, als je nieuw de bus instapt treedt de wet confisqueer jouw plek openbaar domein op. Je denkt: ik heb betaald dus ik zal, verdomme, gaan zitten ook.

Er heerst overzichtelijke drukte. Nog steeds angstige ogen. Vreemd want de Aussies, zeker de blanken, zijn afstammelingen van mensen die het niet nauw namen met het innemen van openbare ruimte. De publiekelijke koets accelereert naar de volgende versnelling en ik sta nog steeds te twijfelen waar ik moet gaan zitten – ik lijk wel een vrouw. Een man van middelbare leeftijd, met een vreemd hoofddeksel wiebelt zonder mij aan te kijken in de hoop dat ik hem niet zie. Achter hem zit een jonge meid, met een te grote neus: valt dus ook af. Aan de andere kant: een Arabisch uitziend figuur en een dikzakje. Beiden sla ik, zeker in deze onzekere tijden, even over. Dit kan ik denken omdat ik mijn redding al heb gezien: de beschikbare invalideplekken. Onzeker plof ik neer. Opluchting door de bus. Toch moet ik op mijn hoede zijn. Wanneer een ouder iemand instapt moet ik direct opstaan anders wordt mijn gemaakte keuze door iedereen als asociaal bestempeld. Dat wil ik niet.

Bij de volgende halte stapt er een grote groep nieuwelingen in en de hele cyclus herhaalt zich, mijn rol is anders: die van domeinhouder. De chauffeur neemt zijn rol als leider van het bonte gezelschap hoog op en sommeert iedereen zo veel mogelijk naar achteren lopen. Waar zie je dat tegenwoordig nog: goede leiders. Ik geloof niet dat mijn vrolijke Vaderlandje gekenmerkt wordt door stevige akela-figuren, die het volk op sleeptouw nemen. Gelukkig doen we het volgens mij beter dan die lui aan de andere kant van de oceaan. Om te beginnen met Engeland. Weet je nog, Nigel Farage? Deze lafbek schreeuwde om een referendum, hij kreeg wat hij vroeg. En toen Brexit een feit was, was-ie weg. Laffe hond. Een regelrechte schande. Nu zitten ze opgescheept met Theresa May die, om haar positie te verstevigen, verkiezingen uitriep. De uitslag was niet helemaal wat ze had gehoopt en nu probeert ze een minderheidskabinet te vormen terwijl het gehele volk schreeuwt om haar aftreden. Maar dan hebben we natuurlijk dolle Donald die zijn eigen land meer schade toebrengt dan alle terroristen te samen. Het zou mij niets verbazen als die Donald zelf een terrorist blijkt te zijn.

Volgende keer rijd ik verder met bus 438; bestemming onbekend.

Eén gedachte over “Bus 438; bestemming onbekend. Deel 1”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.