Beijing: lachen met vooroordelen

Mijn grote en kleine rugzak, en een plastic tasje met nep Pringles, noodles, oploskoffie en een fles water staan naast me; dit is alles wat ik heb, een heerlijk gevoel. Ik zit in wachtruimte één op het Centraal Station te Beijing. Tien dagen geleden kwam ik aan in deze wereldstad gevoed met vooroordelen. Goed, ik ben er inmiddels achter: ze spugen op straat nadat ze eerst duidelijk hoorbaar rochelen en soms klonk dat zo onuitstaanbaar dat ik inwendig kokhalsde. Ook aan het luidruchtig smekken en smakken – in stille ruimtes – kon ik niet wennen, een hoge mate van irritatie tot gevolg. Maar ik temde mijzelf, altijd weer, want wanneer voor westerse normen een gewoonte onsmakelijk klinkt, betekent niet dat smekken en smakken (met speeksel en geprakt eten zichtbaar op de onderlip) als een op hol geslagen lama, onsmakelijk is. En terwijl ik op mijn handen zat om niet tot fysiek geweld over te gaan, bedacht ik: hier is duidelijk sprake van een door cultuur bepaald verschil in opvattingen omtrent het produceren van smekgeluiden en daar dien ik als open mind, en wereldreiziger, luchtig en ontspannen mee om te gaan. Maar godverdomme wat had ik die smekkende smakker graag op zijn bek willen timmeren.Vooroordelen dus. Ik dacht te landen in een stad waar mensen onder het juk van de Communistische Partij lijden als een bio-industriekoe. Ik dacht geen ontspanning, maar spanning als de angst voor schrikdraad te treffen: geen gelach, vrolijkheid of sfeer die in de minste mate doet denken aan een olijke, onbezonnen West-Europese stad. Ik dacht niet te passen in deze in alle opzichten totaal andere wereld ten opzichte van mijn eigen vaderland. Mensen zouden mij argwanend gadeslaan, schuchtere blikken angstig voor die vreemde witte pino uit Nederland. Maar mijn vooringenomenheid was fout als het verraad van Judas. Mijn open mind waarvan ik op voorhand dacht: die is bovengemiddeld ontwikkeld, kon meer open.

Golden Week

Het was de Golden Week in China. Op één oktober 1949 (eigenlijk éénentwintig september, maar dat kwam slecht uit) werd de Volks Republiek China uitgeroepen en kwam het Parlement voor het eerst samen. Om de geboorte te herdenken is van één t/m zeven oktober de nationale feestweek. Vrijwel iedereen heeft vrij en men trekt als een kudde loopse impala’s en masse naar de hoofdstad. Iedere reisorganisatie raadt af om Beijing te bezoeken, naar schattig zijn vijfhonderd miljoen extra Chinezen de grote stad – het kunnen er ook minder zijn. De drukte was overweldigend, vooral bij toeristische attracties als de muur, Verboden Stad en het Tiananmen plein. Neem in uw hoofd Koningsdag verviervoudig het aantal mensen en u hebt een beeld. Niet echt leuk, maar ik liet me niet tegenhouden – in feite had ik geen keus maar dat klinkt minder stoer. Ik genoot met volle teugen mij te begeven in een zee van zwartharige spleetogen. Heerlijk. Vele ogen aanschouwden mijn zonderlinge witte gestalte en beantwoordden mijn lach met een brede glimlach. De hoeveelheid blije gezichten die ik zag, was overweldigend en werkte als een xtc-pil op mijn gemoedstoestand. Sommigen riepen: ‘Welcome in Beijing!’ Als ik Ni Hao (hallo) terugriep kon ik rekenen op een hartverwarmende, nog breder uitgemeten lach.

Vanwege het nationalistische elan der bezigheden waar ik mij in bevond, waren vele Chinezen uitgedost met de nationale vlag in de vorm van een sticker, hoedje of ze wapperden met een miniatuur exemplaar. Ik besloot ook een Chinees vlaggetje te kopen, bevestigde deze aan mijn tas, wat nog meer vriendelijkheid opleverde. Wel gek was dat moeders hun kindjes in de blote bips, staand in menigte, uitgebreid lieten plassen tegen bomen. Aan de vele, zich langzaam bewegende plasjes op de grond kon je zien dat dit geen ongewone kost was.

Oma Ying

Ik slenterde tien dagen door de straten van Beijing (ik mag neen Peking meer schrijven) en werd niet zelden vriendelijk geholpen in typische Chinese dumplingrestaurants. Er was een vrouw die mij door het raam spotte, ze zag mij hongerig turen en gebaarde dat ik binnen moest komen. De in- en uitgang werden gescheiden door grote plastic lappen, die ik alleen ken van slachthuizen, hopelijk zat ik niet verkeerd. Ik betrad de door tl-verlichte eetgelegenheid, een enkeling keek op. Er stonden lange tafels met krukjes, aan de muur hingen Chinese reclame posters. Links was de counter waar de vrouw mij stond op te wachten. Ik had geen idee wat te nemen, herkende alleen een bordje met bonen, dat ik bestelde, en liet me verder verrassen door de ronde dame. Ik kreeg een dienblad, een bonnetje en moest naar een groot raam waar ik na het geven van het bonnetje mijn eten zou krijgen. Ik wist dat alleen nog niet en als een hersenloze doolde ik door de zaak. Oma Ying zag gelukkig de nijpende situatie en bood redding.

Dit verschijnsel leek een overblijfsel van de communistische strengheid

Ik kreeg drie dumplings en een soepkom met daarin een zwarte substantie waar harde dingetjes in dreven, lijkend op lentils maar dan anders. De boontjes waren besprenkeld met witte vlokken, wat knoflook bleek te zijn. Veel knoflook. De dumplings waren gevuld met champignons, best lekker en de bonen smaakten goed. Mijn angst was het zwarte goedje. De vrouw hield mij als een lieve oma in de gaten, ze lachte aldoor. Ik roerde mijn lepel door de smurrie. Ze lachte weer, ik moest nu een hap nemen. Langzaam bracht ik de lepel naar mijn mond. Binnengetreden werd ik verrast door structuur en smaak. Vies was het zeker niet, en terwijl Oma Ying keek, nam ik nog een hap. Ik voelde de soort lentils in het vloeibare ronddolen. De smaak deed mij denken aan een combinatie van zand en aarde, maar zeker niet vies.

Het metronetwerk was zelfs voor mij als verwarde geest geen onneembare vesting. De straten waren schoon en ordelijk. Op sommige hoeken stonden in zwart geklede mannetjes de wacht te houden; hun aanwezigheid voor mij een raadsel. Bij overheidsgebouwen en alle ingangen van metro’s stonden twee in groene uniformen gehesen, streng kijkende poppetjes. Dit verschijnsel leek een overblijfsel van de communistische strengheid die dit land kende, en nu in 2017 waren zij de drager van de transformatie die China doormaakt. Ik maakte er een sport van hen te laten lachen, niet zelden zonder succes. Het leven op aarde wordt leuker en leuker – zeker in China. Dit land kent een rijke historie met veel bloedvergieten, martelingen en onderdrukken wat heeft kunnen leiden tot onvrede. Nog steeds zullen deze elementen voortvloeien in dit reusachtige land, er heerst veel ontevredenheid, maar ik hoop met mijn aanwezigheid “de Chinees” een beetje te hebben laten lachen en dat is, mede door hun eigen energie gelukt. Zij hebben mijn bezoek tot een memorabel hoofdstuk gemaakt en daar ben ik dankbaar voor.

Ik moet stoppen mijn trein komt eraan.

Xm.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Eén gedachte over “Beijing: lachen met vooroordelen”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.