Omsk: diarre, Dostoevsky, militairen

1. Weelderige puist in de Oblast

Een langwerpige ruimte, tl-licht, witte tegels en een kraan met ernaast een luchtverfrisser, zeer nodig want ik was te vaak te vinden in dit kamertje dat overal ter wereld mensen in rust hun behoefte laat doen. Net als voorgaande dagen, in doorleefd Omsk, oud en versleten als een desolate fabriek, komt er uit mijn anus water gespoten dat zelfs op de tegels spetters nalaat. Wat zou er op mijn rug zitten? Ik wil Uber bestellen, maar de enige die op dit onchristelijke tijdstip rondrijdt, is niet langer beschikbaar. Kut, ik heb er één nodig. Mijn trein vertrekt over ruim een uur. Het waren bijzondere dagen in deze Siberische stad, voornamelijk vanwege mijn vloeibare maag en nog vloeibare ontlasting. De anderhalf miljoen inwoners ontmoeten weinig toeristen, wat mijn zonderlinge verschijning kleur gaf.

In het hostel omringd door betonnen flats en roestige auto’s ergens in een gruizige buitenwijk, was ik de enige niet-Russisch sprekende. Zelfs het personeel kende op woorden als thank you en hello na, geen Engels. Veel gasten, sommigen leken voor langere tijd te verblijven, hadden interesse in mijn aanwezigheid. Ze wilden van alles weten, waren geïnteresseerd en middels Google Translate, of iemand die een beetje Engels sprak, werd er gecommuniceerd.

Dostoevsky

Vanwege zijn aanwezigheid bij een bijeenkomst van de Petrajevskigroep, socialisten die pleitten voor afschaffing van lijfeigenschap, werd F.M. Dostoevsky in 1849 ter dood veroordeeld door een vuurpeloton. Op 23 december zou hij in Sint-Petersburg worden doodgeschoten, maar net voordat het vonnis zou voltrekken kwam er een brief van de Tsaar waarin stond dat zijn straf werd omgezet tot vier jaar zware arbeid in een kamp nabij Omsk. Onder erbarmelijke omstandigheden heeft de Russische woordentovenaar gewerkt, spijtig zeer zeker, maar het maakte hem wel tot wie hij is geworden. Als ik zou mogen kiezen… Gevangenen droegen kleding waar op de achterkant van de jas een witte stip was gekleurd, zodat, bij een eventuele ontsnappingspoging, cipiers beter konden mikken.

Jas met stip en meer snuisterijen.

Ik was de enige bezoeker in het kleine museum dat rook naar een oude zolder. Twee matroesjka’s keken raar op toen ik onzeker binnenstapte. Een van hen volgde mij aandachtig door het museumpje en ze legde van alles uit – in het Russisch. Ze vertelde over Fyodor, ze vond het leuk dat ik er was en ik voelde een warme band ontstaan. Toen ik bij mijn afscheid een kaart kocht van de grote schrijver voor mijn plakboek, had ik haar hart helemaal gestolen. Ik maak dingen los bij oude vrouwen. Ik wilde net gedag zeggen, toen de deur openzwaaide. Een groep vrouwen, de een mooier dan de ander, stapte de ruimte binnen, verleidelijk lachend. Eindelijk, na dagen van bejaarde vellen een stormvloed aan vrouwelijk schoon. Maar godzijdank dat ik niet later was gekomen en mijn charmes in de strijd had kunnen gooien, dan had ik nooit in alle rust de boeiende informatie tot mij kunnen nemen. De overige dagen in Omsk moest ik overleven. Mijn maagkrampen en nachtelijke diarree werden heviger en zorgwekkender, een ervaring als nooit te voren. Ook in dit persoonlijke gevecht, mits op kleinere schaal, is een parallel met de grote Russische schrijver te ontdekken. Ik heb zelfs een witte stip op de achterkant van mijn getekend.

Trein: kut

Gelukkig, er is een Uber beschikbaar. Ik heb nog een uur om op het station te komen dat vlakbij is, maar gezien het geringe aanbod bestel ik de taxi. Wat ik dan nog niet weet, is dat ik over een uur zal denken: Kut! En, over ruim vier uur denk ik nogmaals: kut, dit zat er ooit aan te komen. Was het niet Schopenhauer die zei: het ergste moet nog komen.
Het hostellicht is minstens even faal als het gezicht van het meisje dat er werkt. Ze was behulpzaam en vriendelijk; compensatiegoedheid of is ze werkelijk aardig, we zullen het nooit weten. Ik stap de Siberische kou in dat zich als een deken om mij heen slaat. Het ijs op de nachtelijk zwarte plassen draagt mijn gewicht zonder moeite. Godzijdank, ik zie een auto naderen. Het uberritje wijkt niet af van de andere die ik had: de rijder spreekt geen Engels en als ik Russisch had gekund, was het zeker tot een vruchtbaar gesprek gekomen. Sommigen van hen wilden, ondanks mijn geringe kennis van de prachtige taal, een conversatie aanknopen en bromde van achter het stuur, hopend dat ik ze wel begreep. Maar, ook als ze langzamer spraken of (wel) articuleerden had ik het nooit kunnen begrijpen. Jammer want de gemiddelde Rus die ik heb ontmoet, staat zeker open voor een babbeltje.

De hal waar ik vier dagen geleden ook rond dit tijdstip doorheen liep, is voornamelijk gevuld met bewakers. Op het informatiebord staat mijn trein als derde. Alleen, net als bij de andere, staat er geen platform bij. Vreemd, de trein vertrekt over veertig minuten en het zou er moeten staan. Ik vraag info bij een bewaker. Ze bevestigt: dit is het juiste station (Omsk heeft er twee, en al was ik zeker, toch was er twijfel) en de trein vertrekt om 06:16 uur. Als ik vraag welk platform, wijst ze naar een trap, maar gebarend verbiedt ze mij daar heen te gaan. Spanning loopt op, als ik deze trein mis, kan ik mijzelf hier net zo goed verkopen achter het station. Ik bedank (Спасибо) haar en ga naar een informatiebalie. Ook deze vrouw spreekt geen Engels, wijst in de richting van de trap en maakt een kruisgebaar met haar handen. Spanning loopt meer op. Mijn trein gaat over twintig minuten. Ze schrijft iets op. Het enige wat ik kan lezen is Moskou (Москва) en 06:16. Ik bedank haar vriendelijk. Спасибо.
Doorvoed met nog meer zenuwen loop ik naar een andere bewaker, ik wil meer info. Deze aardige snuiter begrijpt mijn probleem. Op het informatiebord is niets veranderd. Hij gebruikt Google Translate – wat is de wereld zonder – om mij vriendelijk te melden dat dit inderdaad het juiste station is. Dat weet ik vriend, denk ik. Nog zeven minuten. Ik schrijf: waar moet ik heen? Er wordt druk getypt, minuten tikken weg. Ik krijg zijn telefoon: De trein vertrekt om 06:16. Jaaa, dat weet ik ook, denk ik, maar waar moet ik heen? Ik typ het met een lach. Nog vijf minuten. Ik krijg weer zijn telefoon. Ik lees, het kan niet waar zijn, mijn veters schieten los, stemmen echoën onder mijn caput. De trein vertrekt werkelijk om 06:16 (nu). Maar zo laat is het nog niet in Moskou, daar is het drie uur eerder en die tijd wordt aangehouden – ook hier in Omsk. Fijn dat ze dat op het e-ticket hebben gezet, denk ik. Ik kan hier drie uur wachten? Hij knikt. Ik lach vriendelijk. Спасибо.

Geen utopie

Mijn maag heeft nog steeds een eigen wil, een bezoek aan het toilet op dit station kost twintig roebel, gelukkig had ik tweeduizend bij mij – en ik had geen kopje koffie gekocht. De toiletjuffrouw bleef mij keer op keer vriendelijke gedag zeggen. Nu zit ze met mijn geld op de Bahama’s.
Na drie uur wachten stap ik opnieuw de Siberische kou in die ditmaal wordt belicht met zonnestralen. In de voorgaande ritten werden alle niet-Russische reizigers bij elkaar gezet. Dankzij Pavlov hoop ik op hetzelfde. Ik stap de wagon binnen, één ding is zeker: hier zijn alléén maar Russen en niet de minste: een groep militairen bekijkt mij doordringend. In mijn cabine ontdek ik een ratjetoe van groene uniformen, en een oudere man. Een van de jongens, heeft een ontbloot bovenlijf, opgeschoren haar en een blik alsof hij geen moeite zou hebben zijn ouders om te leggen. Ik kan me het omleggen van ten minste een ouder redelijk voorstellen, maar je hoeft er niet zo bij te kijken. Een ander heeft een meer Armeens uiterlijk, mijn oma zou er in haar avondwandeling met een grote boog omheen lopen. Ik toon mijn ticket, ze wijzen mijn bed, twee anderen staan op en lopen weg, duidelijk geen zin in een gast als ik. Ik sluit mijn ogen: amor fati.

Na zoveel feeërieke treinritten waarin zelfs (bij wijze van spreke) een orgasme mijn gemoedstoestand niet meer zou verblijden, wist ik dat zo’n rit van totale tegenslag zou komen. Ik heb diarree, wil een beetje rust en word samengevoegd met gasten die van moorden hun hobby maken. Onder normale omstandigheden zouden mijn sociale vaardigheden dit zeker de baas kunnen, ik heb immers voor noodgevallen een flacon wodka meegenomen, maar daar moet ik niet denken. Dit zou een marteling worden en wellicht de vergelijking met mijn vriend F.M. Dostoevsky is weer op zijn plaats. Maar zoals zo vaak deze reis is mijn vooroordeel fout als de geboorte van dat ene jongetje in 1889 in Braunau. Ik krijg thee aangeboden, worst en koekjes. Er wordt, hoe kan het ook anders, gecommuniceerd met Google Translate, ze stellen vragen en zijn onder de indruk van mijn wereldse treinreis. Het zijn gemoedelijke uren; de sfeer koud als oorlog. Tijdens één van de stops loop ik naar een winkel en hoor ik plots mijn naam: ‘Het Michaël, het Michaël!’ (Nee, Michael, nee Michael) dwarrelt poëtisch over het koude perron. Ze gebaarden dat ik niet te ver moet lopen, de trein zou snel vertrekken. Er wordt zelfs op me gelet.

Deze treinrit door zacht besneeuwd Siberië is minder magisch dan de voorgaande, mijn ruimte beperkter, schrijven kan ik niet en mijn bed – het voor mij enige stukje privé domein – moet ik vaker dan me lief is delen met bonkige militairen. Ook ramt de geur van worst op ten duur als een onstilbare stormram op mijn reukorgaan, mijn maag tolt als een achtbaan. Maar dit is wel de werkelijke aard van deze weergaloze trein. In mijn hoofd zijn treinritten een sprookje, persoonlijk beschreven door H.C. Andersen of eigenhandig geschilderd door Rembrandt. Als dansende utopie twinkelt het door mijn brein; de treinrit als een nooit zeurende vrouw, als een relatie zonder heisa, of fabelachtig als de baard van S.J. Klinkenberg. Maar de waarheid – de naakte, onbesneden, rauwe waarheid van een treinrit door aimabel Rusland is dat het een vertegenwoordiging is van het normale leven: soms zit het mee, soms zit het tegen.

Xm.

Wordt vervolgd.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewarenBewarenBewarenBewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

4 gedachten over “Omsk: diarre, Dostoevsky, militairen”

  1. Hallo Michael!
    Wat een mooie reis zeg!
    En mooie verhalen! Je schrijfstijl lijkt mij erg leuk en duidelijk.

    Ik hoop dat je al gezond bent en nog een paar avonturen in Rusland beleeft.

    Met vriendelijke groeten!
    Большое спасибо за искренность !
    Lena Zandee / Rusreis.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.