Sados_Kiev

Wouter heeft z’n patiënt gedag gezegd als hij zijn mobiel pakt en ziet dat Michael een bericht heeft gestuurd. Nieuwsgierig leest hij:

Wout, ik heb zo afgesproken met een gast. Ik ga iets vets doen. Als ik vanavond niet heb gereageerd moet je ff de hulpdiensten inschakelen. 😉 Spreek je, hopelijk, vanavond.
Xm.

Toch een beetje bang

Eigenlijk zou dit best fout kunnen aflopen, bedenk ik me plots. Je hoort soms verhalen. Eerst is er een vermissing en later wordt het levenloze lichaam gevonden; verminkt, verkracht, verbrand. Laatst had ik Pulp Fiction gekeken. Misschien speelt de scène waarin Butch (Bruce Willis) door een homofiele politieagent in een weerzinwekkende sm-kelder onder handen worden genomen, ook geen positief effect op mijn zorgwekkende gedachten. Ik zou over twee uur in zo’n ruimte in kunnen stappen, een klap op mijn kop krijgen om vervolgens wakker te worden, naakt en vastgebonden op een bed, terwijl Sados_Kiev met een enorme zwarte dildo staat te grinniken. Mijn fantasie zal wel parten spelen, maar ik moet een noodrem inbouwen in dit plan en dus stuur ik een bericht naar Wout.

Ik had Sados_Kiev gisteren leren kennen via Instagram. Ik bekeek zijn profiel, zag vette foto’s en was geïnteresseerd. Voor ik het wist had ik een bericht gestuurd en gevraagd of hij Engels kon. Dat deed hij. Top. En we raakten in gesprek. Ik vertelde wat ik wilde. Hij zei: dat is mogelijk en  vroeg wanneer ik tijd had. Ik bekeek mijn lege agenda. Ik kan morgen, stuurde ik. Top. Morgen vijftien uur. Hij stuurde het adres. ’s Avond lag ik met een merkwaardige spanning in bed. Morgen gaat een langgekoesterde wens in vervulling. Ik wilde het al jaren, maar er was twijfel, er zou altijd twijfel zijn. Het moest op een speciale manier gebeuren, een verhaal voor het leven – hetgeen als ik morgen geen HIV heb – zeker het geval is. Het proces moest een vertaling zijn van mijn persoonlijkheid: eigenlijk kan het niet, toch is het gebeurd. Godverdomme, morgen gaat het gebeuren.

Wouter stuurt dat ik op moet passen en wenst me succes. Ik kijk naar buiten. De lucht is wit, er dwarrelt een sneeuwvlokje voorbij, een auto remt voor een voetganger. Kiev is en fijne, gemoedelijke stad. Ik heb het adres opgezocht, de locatie van de rode pijl stemt niet minder zorgelijk. Ergens in een westelijke banlieue van Kiev moet ik zijn. Waarschijnlijk een stadswijk waar verbrande autowrakken langs de weg staan, gangsters de kapitein van de straat, en geweld, seks en drugs de maat der dingen. Maar, wellicht neemt mijn fantasie weer een loopje met mij. Ik bekijk nog eens het profiel van Sados_Kiev, kan ik iets verdachts ontdekken? De foto’s en reacties zijn positief, alles lijkt ok. Maar, als hij een seriemoordenaar zou zijn, post hij geen foto’s die een dusdanige indruk zouden wekken. Ik stap de straat maar op: naief en dom of avontuurlijk en stoer. Ik weet het vanavond.

Ontmoeting

Een uurtje later loop ik Osokorky metrostation uit en word bedolven door immens grauwe flatgebouwen. Autowrakken staan er niet, maar de vergelijking met Parkwijk 2.0 is op zijn plaatst – gezelligheid kent geen tijd. Ik sta bij een driebaans autoweg. Een oude vrouw met een karretje komt voorbij en loopt bijna tegen mij op, het wieltje rijdt over mijn voet. Ik zou me nu kunnen omdraaien en de zekerheid tegemoet lopen dat ik vanavond leef. Ik loop het metrostation weer in. Sla rechtsaf de grote weg onderdoor. Daar moet ik zijn. Er loopt een besmeurd paadje tussen de levenloze flatgebouwen waar het steeds drukker wordt omdat er winkels blijken te zijn. Ik ben een halfuur te vroeg en dood mijn tijd in een sinister koffietentje. Gelukkig hebben ze wifi. Sados_Kiev heeft een bericht gestuurd: Hoe hij mij kan herkennen? Ik stuur een foto en dat ik er al ben. Hij is nog niet klaar, hij moet wat voorbereiden. Top. Vijf minuten later is hij opeens wel klaar en stelt voor mij op te halen. Een uitstekend plan.

Ik sta buiten te wachten en vraag me af wat ik zou doen als Sados_Kiev een angstaanjagend persoon is met een lange leren jas en groot kaal hoofd als een doodgraver. Of, als er een geblindeerd busje stopt die mij maant in te stappen. Dit was het laatste dat de wereld van mij zag. Plots zie ik een ventje aan komen lopen, ik herken zijn hoofd van de instagramfoto. Het schiele mannetje, met jaloersmakende baard, kale kop en oorbellen stelt zich voor als Andrej. Hij draagt een hip leer jackie. Ik zeg: I’m really excited about this. Een wazige reactie: I don’t speak English. Top. Dit wordt een gekke middag.

Sneeuwvlokjes dwarrelen nog steeds door de spierwitte lucht, we lopen door grijze schaduwen van zwarte flats. De grond is zompig als natte was, we stappen over een plas en slaan rechtsaf een straat in. We arriveren bij een roestige deur, die hij opent. Ik stap naar binnen. Mijn ogen moeten wennen aan duisternis. De besteende hal is klammig, er is een koude stenen trap. Ik volg hem omhoog. Hoeveel treden we omhoog liepen zou ik me later niet meer kunnen herinneren, ik denk steeds: als het gebeurt, gebeurt het nu. Wat zou ik doen, hoe zou ik reageren? Angst de overhand, of tevreden met het lot. Stompzinnige dingen passen mij als een maatpak. Dat het ooit fout zou kunnen gaan, staat sinds mijn geboorte vast. Toch?

Het gebeurt echt

We komen op een overloop, duisternis de overhand. Hij steekt zijn sleutel in het sleutelgat. Achter de geopende deur is nog een deur. Top. Een geluidsdichte ruimte, dit is het einde. Binnen in het halletje stoomt zonlicht door een openstaande deur. Er staat een oude commode, op de vloer versleten tapijt. Ik zet mijn schoenen naast drie paar All Stars en loop door de open deur de woonkamer binnen. Ik lijk een slecht decor van een film uit de jaren zeventig binnen te stappen. Er staat een bed, een met plastic afgeplakt tafeltje en een volle houten boekenkast, die zijn beste tijd heeft gehad; ruggen van boeken beschreven met Russische titels, ik herken er geen één. Op de grond ligt een donkerrood tapijt met een soort bloemenmotief, aan de muren een vergeeld behang dat voorzichtig loslaat. In hoeken zwarte kolonies van stof en spinnenwebben. Dan voel ik een koude hand op mijn schouder, met een ruk draai ik me om. Andrej staat met een papier. Het is de wifi code. Mijn spanning in een klap vervloeid met mijn omgeving. Dit wordt een vette middag.  

Ik zit op een krakkemikkig stoeltje. Andrej bewerkt in Photoshop het model dat ik heb gestuurd. Ik zie dat ook hij gespannen is, godverdomme. Met trillende handen print hij het voorbeeld uit. Ik heb hem uitgelegd dat ik door tien landen heb gereisd en zoveel bielzen wil. Hij knikt instemmend. Dan pakt hij een faxapparaat en een speciaal papier dat hij samen met de print in het faxapparaat stopt. Het gekraak is bij de bovenburen te horen. Het plastic papier drukt hij samen met inkt op mijn bovenarm. In de spiegel aanschouw ik het resultaat. Perfect.

Dat de communicatie niet helemaal vlekkeloos is verlopen blijkt als ik het aantal bielzen tel. Fuck, het zijn er twaalf! Ik probeer uit te leggen dat het er tien moesten zijn, maar zijn ogen staan vragend. Fuck it, laat maar zitten. Ik trein nog wel naar twee landen. Met grote zorgvuldigheid zet hij apparatuur klaar, zijn zenuwen minder. Hygiëne wordt in acht genomen en met een verroest oostblok apparaat drukt hij kloekmoedig de inkt in mijn vlees. Het gebeurt echt. Dit is zoals ik het wil. Een tof verhaal vereeuwigd op mijn lijf, representatief voor mijn treinavontuur. Wauw. Met grote tevredenheid aanschouw ik het eindresultaat. Op de terugweg rijd ik over de Dnjepr, het is donker en de metro laat een verlichte streep na over het spoor. Een zelfde spoor dat de maagdelijkheid van mijn witte schil heeft vernietigd. Godverdomme, wat was dit spannend, godverdomme wat was het vet. Sorry pap, de volgende is voor jou.  

Xm

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.