De avonturen van de man met de hoed – Hobby’s

En heb je hobby’s’, vraagt de man met de hoed aan de bestuurder van de bestelbus. Verschrikt kijkt de rijder op, zijn hersenen beginnen te tollen als de autobanden. Het verwerken van de vraag en komen tot een helder antwoord in combinatie met autorijden terwijl het buiten regent is een schier onmogelijke opgave voor die paar hersencellen. Een ongemakkelijke stilte tot gevolg. Hij knijpt in het stuur terwijl z’n ooglid begint te trillen. Sigaret, denkt hij, ik heb een sigaret nodig. Met bevende handen steekt hij zijn peuk aan, de rook walmt door zijn longen, hij ontspant. De vraag wordt verder verwerkt: hobby’s, heb ik hobby’s vraagt hij zich zuigend aan de kankerstaaf af. Een auto haalt rechts in. Dat hoort niet, denkt hij verschrikt. Stress neemt weer toe. Nog meer prikkels, ook dat nog. De man met de hoed ziet hoe de bestuurder worstelt met de situatie, hij zucht en kijkt uit het raam.

Twee weken geleden kwam hij terug in Nederland, op zijn hoofd een bruine hoed. Op Haarlem centraal stapten zijn versleten schoenen het perron op. De veter van zijn linker stapper bijna gebroken, een passender beeld nauwelijks denkbaar, want zonder geld, huis, baan en vriendin is dit de nieuwe status van zijn leven. Even speelde de gedachten om de eerstvolgende trein naar het buitenland te nemen, want waarom had hij in hemelsnaam de Portugese zon geruild voor Nederlandse regen. Maar op dat moment  zag hij een schim aan komen rennen. Instinctief wist hij dat die renner voor hem rende, maar het kon onmogelijk Aerdt Tailtjes zijn, die heeft o-benen als hoepels. Opeens herkende hij het silhouet, het was Huyberd Bokkenpoot. Wat een verrassing, want de enige die van zijn terugkomst af wist was Aerdt. ‘Huyberd’, roept hij, een knuffel tot gevolg. Het was bijzonder om zijn vrienden  (Aerdt, met zijn o-benen, kwam later aangelopen) vast te kunnen houden. Ze roken nog hetzelfde als tien maanden geleden.

De dagen die volgden waren een roes van geluk. Zelfs de koude druppels die op zijn gezicht uiteen spatten, maakten zijn glimlach niet kleiner. Hij kon alleen niet huiswaarts keren omdat zijn paleis aan het Hof van de Prins was gekraakt door iets wat ooit zijn vriendin was. Eerst hadden zij samen gereisd, maar onder de Australische zon ontdekten ze dat hun samenzijn veranderd was. Wel had hij toegezegd dat zij in zijn huis kon verblijven terwijl hij verder reisde – inderdaad op het huis passen, niet aanpassen.
Hoe het precies werkt in het hoofd van de vrouwachtige weet hij niet, maar toen hij na zijn thuiskomst langsging om gedag te zeggen, bleek zijn kamer gekraakt. Hij kon zich niet herinneren toestemming te hebben gegeven om de muren oranje te verven, nieuwe meubels te kopen en om de sloten vervangen. Ondanks deze ontdekking was het plezierig bij haar te zijn, met haar te zijn. Even leek het er op dat ze ouderwets van bil zouden gaan, maar dat leek het vrouw-ding niet verstandig. Nimmer was zij rationeel op dit gebied, nu plots wel. Reizen heeft ook een negatieve kant.

Hij is terug in zijn Haerlem en voelt zich – nog steeds – als een teruggekeerde ridder van een gewonnen veldslag. Wel is hij zoekende naar een nieuw doel in het leven, want wat nu te doen? Eerst maar eens geld regelen, hij zat financieel niet aan, maar onder de grond.
Een uitkering aanvragen was geen optie. ‘Als jij een ooit een uitkering aanvraagt, ontvriend ik je’, had zijn gewaardeerde vriend Jurre Klinknaagel ooit gezegd. Dus ging hij op zoek naar werk. Snel vond hij iets wat hem aansprak: PTT Post. Een gerenomeerd bedrijf dat tal van uiteenlopende functies aanbood, onder andere als postsorteerder, postbezorger en zelfs als teamleider. Allen uitdagende functies met uitstekend minimum loon. Hij keek verder naar de advertentie en zag dat er strenge toelatingseisen waren en er was er een selectieprocedure. Een van de eisen was dat je Nederlands moest kunnen spreken, ook diende er – voor het post sorteren – een test te worden afgenomen. De opdracht: kun je je eigen naam foutloos schijven.

Er werd een motivatiebrief geschreven en hij mocht op gesprek komen. Alles verliep soepel, zijn Nederlands was bovenmatig en ondanks dat hij zijn naam niet met een hoofdletter schreef, slaagde hij voor de opdracht. Niets stond hem in de weg om als postbezorger aan de slag te gaan, een droom die uitkwam. Toch ging het mis, hij werd afgewezen omdat zijn rijbewijs was verlopen. Lang bleef hij niet met de pakken neer zitten, hij had nog een kans: bijrijder bij een bedrijf in de meubeltransport.
Via een vriend R. Stoel (toepasselijke naam voor een meubelbezorger) kwam hij in contact met de meest kuise meubelbezorger van Nederland. Dol enthousiast waren ze dat iemand zich aandiende met een IQ boven honderd, hij kon meteen aan de slag. Leuke bijkomstigheid: het bedrijf is overgenomen door PTT Post en zo werkt de man met de hoed toch bij zijn geliefde werkgever.

Daar rijden zij over de A2, de man met de hoed droomt uit het raam en vraagt zich zich af waarom intellect en denkvermogen zo cruciaal zijn voor een mensenleven. Hoe bestaat het dat na duizenden jaren evolutie er nog steeds menselijke types rondlopen die er werkelijk helemaal niets van snappen, en bakken. Dan hoort hij een aap-achtig gekreun, de rijder is inmiddels aan zijn derde sigaret begonnen en is nog steeds bezig een antwoord te fabriceren. Plots maakt de rijder aanstalten om iets te zeggen. Hij draait zijn hoofd en kijkt met hologige blik naar de man met de hoed. De auto lijkt een moment stil te staan, alsof ze niet bestaan. Zijn mond opent, een drupje slijm vormt zich in zijn mondhoed. ‘Ja, nou…’, zegt hij aarzelend ‘Ik blow veel.’
‘Ok, dus jouw hobby is blowen.’
Een schaapachtig lachtje.
‘Zo zou je dat wel kunnen zeggen ja.’

Wordt vervolgd.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.