Ulaanbaatar: broeinest van boeventuig

Deel 1. Aankomst 

Ik had mijn hostel, zoals altijd, al geboekt. De Trans Mongolië Express glijdt onvermoeibaar achter mij richting de volgende bestemming. Het is kouder in de hoofdstad van Mongolië, mijn uitgeademde zuurstof rolt als vlassige dampen over mijn lippen. Mijn telefoon zegt dat het veertig minuten lopen is naar mijn hostel. Ik ben moe, maar heb zin in de wandeling door deze voor mij verse omgeving. Bepakt als een kameel ontdek ik dat de infrastructuur van mindere kwaliteit is dan in Beijing. Ook nu brengt mijn navigatie mij door aftandse wijken waar auto’s over niet-geasfalteerde wegen hobbelen, een dikke stofwolk achter zich latend. In deze buurten, met huizen die doen denken aan Braziliaanse favela’s, schieten argwanende blikken op mijn gestalten en ik denk: dat zal vast door de wijk komen, later zullen mensen vriendelijker worden. Ik verlang naar mijn gezellige China. “Ulaanbaatar: broeinest van boeventuig” verder lezen

Beijing: lachen met vooroordelen

Mijn grote en kleine rugzak, en een plastic tasje met nep Pringles, noodles, oploskoffie en een fles water staan naast me; dit is alles wat ik heb, een heerlijk gevoel. Ik zit in wachtruimte één op het Centraal Station te Beijing. Tien dagen geleden kwam ik aan in deze wereldstad gevoed met vooroordelen. Goed, ik ben er inmiddels achter: ze spugen op straat nadat ze eerst duidelijk hoorbaar rochelen en soms klonk dat zo onuitstaanbaar dat ik inwendig kokhalsde. Ook aan het luidruchtig smekken en smakken – in stille ruimtes – kon ik niet wennen, een hoge mate van irritatie tot gevolg. Maar ik temde mijzelf, altijd weer, want wanneer voor westerse normen een gewoonte onsmakelijk klinkt, betekent niet dat smekken en smakken (met speeksel en geprakt eten zichtbaar op de onderlip) als een op hol geslagen lama, onsmakelijk is. En terwijl ik op mijn handen zat om niet tot fysiek geweld over te gaan, bedacht ik: hier is duidelijk sprake van een door cultuur bepaald verschil in opvattingen omtrent het produceren van smekgeluiden en daar dien ik als open mind, en wereldreiziger, luchtig en ontspannen mee om te gaan. Maar godverdomme wat had ik die smekkende smakker graag op zijn bek willen timmeren. “Beijing: lachen met vooroordelen” verder lezen

Treinrit 3 Beijing Ulaanbaatar

Treinreis 3: Beijing Ulaanbaatar 

De spoorbreedte in Mongolië en Rusland is anders dan in China en de rest van de wereld. Daarom moeten de onderstellen worden vervangen, een traag en slopend proces, maar het gebeurt wel ieder dag opnieuw.

Twee Nanning -> Beijing

2. Tevredenheid

Combineer Amsterdam, Utrecht en Den-Haag cs verdubbel het aantal mensen en u heeft een idee van Nanning trainstation. Alle mogelijk bronnen van informatie (borden of servicemedewerkers) in Chinees, en dus voelde ik mij als een verwonderende, pasgeborene in een nieuwe wereld. Ik ben wel vaker de enige roodharige in gezelschap. Maar hier in een wereld van zwartharige spleetogen voelde ik me als zonderlinge westerling, een zwart schap in een duizend schapen tellende kudde. Tassen ging door detectiepoortjes. Ik zocht waar ik heen moest en vroeg dit aan een in oranje hesje geklede, niet Engels sprekende service medewerker. Met handgebaren en google translate en mijn treinkaartje begreep hij waar ik heen moest. Ik volgde hem voor tien minuten door gangen, trappen op trappen af, een lift in, omhoog, de lift uit. Verkeerd, terug door een gang ditmaal kleiner. Op muren Chinese tekens en overal bergen mensen. Uiteindelijk kwamen we in een grote hal met een enkele doorgang naar perrons elf tot en meer veertien. De doorgang was momenteel gesloten en verschafte alleen toegang dertig minuten voor vertrek van de trein.

Het was een aangename trein, met vriendelijk personeel en een verzorgd interieur. Voor ruim vierentwintig uur installeerde ik mij op mijn bedje en maakte kennis met mijn tijdelijke huisgenoten: een oudere man, vrouw en twee kinderen. Door onverklaarbare reden had ik door dat het meisje en jongetje niet hun kinderen waren en na holbewoner-communicatie bleken zij de oom en tante. Het is jammer dat een kind, naar mate hij ouder wordt zijn nieuwsgierigheid verliest. Ik zag hoe het jongetje op alle mogelijke manier mijn voor hem vreemd uitziende uiterlijk interessant vond en probeerde contact te maken. Vanuit dit oogpunt wandelde ik door de trein en ontdekte dat er een soortement restaurant aanwezig was, waar ik onder luid geblèr mijn maaltijd verorberde. Vreedzaam is het woord dat het beste past bij deze rit en de volgende dag kwam ik met een tevreden glimlach aan in die bizar grote stad. Welkom in Beijing.

 

Treinreis Hanoi -> Nanning 

1. Wc-rol

De trein sjokte terwijl dag plaatsmaakt voor nacht. Ik was op weg van Hanoi naar Nanning, een stoffige stad China dacht ik  waar oudheid bij elkaar wordt gehouden door één levensader:  een roestig spoor met aan weerzijden vervallen gebouwen, die het communiste uitademen als de laatste zucht van een hoogbejaarde. Het binnenrijden van een nieuwe trein in deze stad voelt, fantaseerde ik, als een hartslag; nieuw bloed, nieuw zuurstof in deze vervallen wereld. Maar mijn verwachting stond mijlen ver van de werkelijkheid. Tijdens het binnentreden van Nanning aanschouwde ik tien mintuten door het couperaam tientallen, zo niet honderden flatgebouwen, de een groter dan de ander. Sommige in aanbouw, maar allen toonden het tekenende beeld van deze in ontwikkeling zijnde wereldmacht.

Gisteravond nam ik onzeker plaats in mijn coupé. Vier bedjes vormen het domein van treinreizigers. Ik hoopte op een hobbelige, rustige nachtrust, maar kort na vertrek werd mij verteld, in gebrekkig Engels, dat er twee controles zouden zijn vanwege het overgaan van de grens met China. Rond twee uur werd er dwingend gebonsd, de Vietnamese douane in een eenzame nacht. Alles uit de trein, koffers en tassen gecontroleerd. Ik zag ze zelfs met lichten zoeken onder de treinstellen. Daarna slapen, maar tegen vijven werd er weer geklopt. Opnieuw moest alles uit de trein en controleerde Chinese douaniers paspoorten onder het toeziend oog van in legerkleding gehesen, boos kijkende mannetjes. Ik stond vooraan, maar aan de beurt bleek dat ik was vergeten een aankomtsformulier in te vullen – zo één als in het vliegtuig – en dus werd ik met een emotieloze blik en meedogenloze arm weggewezen.

We maken een spong dat kan als je schrijft, want ik wil mijn lezer niet zo lang laten wachten als ik moest doen. Veertig minuten later lag ik met oordoppen en een slaapmaskertje in mijn bedje. Ver weg hoorde ik de locomotief aldoor toeteren en in gemoedelijk cadans vond ik nachtrust. Heerlijk. Ik sliep als een roos, maar werd voor een derde maal gewerkt door luid geklop op de deur: we waren bijna bij Nanning werd mij verteld. Dank u. Ik keek uit het raam en zag wat ik eerder beschreef: flatgebouwen tot de horizon.

Nu zit in in een koffietentje in een shopping mall in Nanning, en ook hier stopt het avontuur niet. Ik voelde net de onstuitbare drang te moeten poepen; geen man over boord, dacht ik, ik ben immers in een wereldstad en dus liep ik naar de wc. Hier aangekomen een grootste ontdekking: geen wc-papier. Nog steeds geen zorgen, er zijn meerdere toiletten. Maar weer: geen afveegpapier, net als in alle wc’s. Verdomme wat nu? Ik liep terug naar mijn tas in de koffietent en haalde een verse closetrol tevoorschijn. Eerlijk gestolen voor het geval dat… en dus lieve lezen een tip van deze dolende geest:

Wees voorbereid als reiziger en steel een rol wc-papier, het liefst van een maat.
Dat vindt hij vast niet erg, zo lang je er maar eentje achterlaat.

Wordt vervolgd.

Vietnam en mijn vrienden

Opeens stonden zij in mijn nieuwe wereld. Mijn vrienden uit Haarlem kwamen mij bezoeken, dit was even hartverwarmend als bijzonder. Het proces tot een verankerde vriendschap te komen is traag en zet zich vast met verstrijken van tijd. Het cement der vriendschap fundeert langzaam. Liefde voor een vrouw daarentegen is explosiever, als een in de lucht geschoten vuurpijl; voor even is het leuk. Dit ontvlambare element duidelijk getoond in de fase van verliefdheid, die mannelijke vriendschappen niet kent. Ook de afwezigheid van fysieke aantrekkingskracht (al mag mijn lichamelijke passie voor Sander niet onder stoelen of banken geschoven worden) heeft zijn weerslag op een minder exotische beginfase. Maar het dieseltje eenmaal op gang is niet meer te stoppen, en zonder precies te weten hoe en wanneer is er een waardevolle kameraadschap ontstaan waar nauwelijks over wordt gesproken; dat voel je gewoon als man. Om diezelfde Sander te citeren: ‘Als ik had mogen kiezen, was ik homo geworden.’ Daar sluit ik me graag bij aan.

Daar staan ze, trots als een pauw met plastic tieten.

Het was speciaal hen in mijn nieuwe, verwarde reizende bestaan te treffen, alsof je een memorabele jeugdfilm jaren later weer ziet; vertrouwde elementen. Ondanks zij (net als ik eerder) nooit een motor hadden bestuurd, kochten ook zij een Honda Win; de motor van backpackend Vietnam. Het proces van aanschaf paste bij de karakters van de jongens. Haast was geboden dat moet gezegd. De één kocht impulsief, zonder afdingen het eerste exemplaar dat op zijn pad kwam. De andere keek meer de kat uit de boom, wist niet wat hij wilde en tuurde onzeker over het net. Op het laatste moment werd er één gevonden: goedkoop en in verregaande staat van ontbinding. Zijn motor verwond als een soldaat die tijdens D-day Normandie op is gekropen. Met: een rotte vering, scheefstaande voorvork, niet-werkende electronica en het zadel leek een spijkerbed. Kortom geen motor die je je beste vriend gunt en als ik had geweten dat we meer dan elfhonderd kilometer zouden rijden, had ik een andere aangeraden. Ik moest namelijk het proefritje maken. Maar, zoals gezegd haast was geboden. We hadden feitelijk geen keus dus ik zei na een gespannen ritje: ‘Prima motor, lijkt oud, maar rijdt als een ruwe diamant’, ik wees naar de los hangende draadjes ‘kijk, dit voortuig heeft echt karakter.’ Gelukkig was de motor honderdtwintig dollar, wat mijn dubieuze rol in de aanschaf van dit scheurijzer dragelijker maakte. Dus reden wij diezelfde dag als een Amerikaanse motorbende de drukke weg op, om drie weken over hemelse bergpassen te rijden, of door reisvelden waar met Vietnamese hoedjes gedragen vrouwtjes werkten. Ook ontdekten we dropjes waar kinderen joelend naar ons zwaaiden gezien onze zonderlinge verschijning. Het leek wel een film.

Klinkie’s Angels. Oorlogsverklaring met Hells Angels is al verklaard.

Veel backpackers rijden op motoren door Vietnam en negenenvijftig procent van hen valt. Statistisch was ik er zeker van dat minimaal één van ons zou vallen. Daarom offerde ik mijzelf op – ik had ook wat goed te maken tegenover Sander. Ik reed als een ongepolijste idioot in de hoop dat ik zou vallen, en niet zij. Op een mooie middag kwam mijn voorspelling uit. We reden over weergaloze bergpassen door een oogverblindend landschap. In gedachten sneed ik als Valentine Rossi de ene haarspeldbocht na de andere in. In één van de dorpjes, gelegen in een dal, gebeurde het. Een scooter kwam vanaf links de weg op rijden, eromheen scheuren was onmogelijk, een botsing onvermijdelijk. Ik remde en week uit, maar kon niet verhelpen dat mijn schouder de achterop zittende raakte. Ik zwenkte richting een berm, vloog vijf meter door de lucht en landde wonderlijk zacht in het gras. Een woede uitbarsting tot gevolg, wat mijn geschrokken makkers in een zenuwachtig lachen deed geraken. Ik was ongedeerd, maar mijn motor moest naar de xe “Benito” may.

Een verschrikte blik, mijn motor bij de garage. Ik was net gevallen.

Gelukkig zijn overal langs de weg garages te vinden. Je koopt in Vietnam geen motor die goed is, je koopt er één die het doet, en waarvan je mag smeken dat je de bestemming zonder al te veel oponthoud haalt. Van de negentien dagen dat wij een motor hadden, bezochten we er zeventien een garage (de overige twee dagen zaten we op een eiland en reden we niet). Altijd was er iets, soms klein soms groot, en het was vooral Wouters motor, rammelend als een gebit van een bejaarde, die van levensgevaarlijke kwaliteit was; Sanders’ barrel, onverwoestbaar als een marcheerde oorlogsveteraan. Tijdens de zwaarste rit in de bergen voelde Wout dat er iets met zijn rem was. ‘Maar het is vast niet erg’, zei hij lachend ‘wij rijden wel door.’ Maar Sander dacht daar anders over: ’Ga maar ff naar een xe may, ouwe gek.’ We gingen toch maar naar een garage. De monteur haalde vakkundig de remblokken eruit, en toen hij ontdekte dat de blokken van oudheid letterlijk uit elkaar vielen, keek hij met met grote pupillen zijn collega aan en barstte in lachen uit. ‘Bedankt Sander.’

Mooi hoor.

Wouter leek het een goed idee om de statistiek van negenenvijftig procent vallende backpackers te handhaven. Onze beestjes bromde een stijle helling op. Boven aangekomen ontdekten wij een buitenaards mooi landschap dat in mijn geheugen geprent staat. De afdaling, zelfs met nieuwe remblokken, was niet zonder gevaar en remmend daalden wij in als drie teelballen. Op een bepaald punt vond Wout het te langzaam gaan, hij dacht waarschijnlijk: ik heb nieuwe remblokken, wat kan mij gebeuren. Als een schansspringer glijdend van een berg schoot mij voorbij, ik dacht: wat doet hij nou? Weldra kwam dit besef ook bij de man zelf, maar het was te laat. Zijn nieuwe remblokken roodgloeiend, maar hij kon de bocht niet houden en als een stripfiguur hoteldebotelde hij in de berm. Gelukkig zonder al te veel kleerscheuren.

Drie vrienden op een Honda Win door Vietnam, het leek een jongensdroom. Ondanks extra eelt op zijn elegante bilpartij (nogmaals sorry voor de foto) hield Sander’ tweewieler bijzonder goed stand. Iedere keer als ik in mijn spiegel keek en zijn gestalte als een Hells Angel (ferme baard, leren jas) op de motor zag zitten, moest ik inwendig lachen. Woutje reed als een zelfverzekerde motormuis, met een stoer verband om zijn been. Hun nabijheid in mijn nieuwe wereld was van onschatbare waarde. Mijn reis waarvan ik een deel heb beleefd met mijn liefde en alleen, zal vanaf nu ook een deel van hen zijn, dat betekent veel voor me. Volgende keer gaan we op sneeuwscooters door de Noordpool rijden, daar zijn tenminste geen vervelende medeweggebruikers.

Ik hou van jullie.

Xm.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Werp terug woensdag

Visums regelen

Na de avontuurlijkheden in Mui Ne doe ik mijn eerste treinrit van Ho Chi Minh naar Hanoi. Daar aangekomen word ik op de late avond overvallen door een gemoedelijke chaos – complete waanzin. Op elk mogelijk manier worden zintuigen tot het maximale geprikkeld. Overal geluiden van brommers, geschreeuw of ander lawaai. Duizend en één geuren rammen als wilde stieren je reukorgaan binnen, het visuele als een constante stroom uit een Amerikaanse actie film, rust nooit geboden. In Hanoi is mijn voornaamste doel het verkrijgen van mijn visums voor China, Mongolië en Rusland. “Visums regelen” verder lezen

Werp terug woensdag

Live verslag uit Beijing: de Verboden Stad

Van 1 tot 8 oktober is het nationale feestweek in China. Reisorganisaties raden af naar Beijing te komen, omdat zo’n beetje iedere Chinees in de prachtige hoofdstad is. Maar feestweek of niet ik laat me niet tegenhouden en bezoek de Verboden Stad …