Vliegen 2

Chinezen

Terwijl ik drentel over het vliegveld van Peking probeer ik oogcontact te maken met de vrouwelijke variant van deze vermaledijde menssoort. Want zij vinden het zelf toch ook niet leuk om Chinees te zijn? Zelf moeten zij weten meer op elkaar te lijken dan wij normale mensen, toch?! Wij hebben gevarieerde haarkleur, gelaat en een uitgebreid pallet van uitdrukkingen. Zij: zwart haar, spleetogen en immer een gelaat alsof ze in brandnetels staan. Desalniettemin probeer ik met mijn goede gedrag, flanerend over het vliegveld van Peking oogcontact te maken met de minder lelijke vrouwelijke soort van deze types. Als een visser gooi ik mijn hengels uit en tuur langs de op elkaar lijkende hoofden. Ik wacht tot mijn dobber beweegt en glimlach vriendelijk naar haar en haar, en haar. Met een korte oogbeweging worden al mijn aanlokkelijke blikken afgewezen, steeds opnieuw. Mijn glimmende lach nimmer met een wederlach beantwoord. Wat is dit voor volk! Er borrelt furie en ik vraag me af wat er met de wereld zou gebeuren als ineens alle Chinezen dood neer zouden vallen. Als er kwalitatieve verschillende bestaan tussen auto’s dan zijn die er ook tussen mensen? Zijn Chinezen net als hun automobielen niet gewoon van mindere kwaliteit dan roodharige, krachtige Vikingen als ik? Ik kijk rond en concludeer dat een rotsvast ‘ja’ enkel tot de mogelijkheden behoort. Zonder racisme: Ik ben meer dan een Chinees al is het maar omdat er minder van mijn soort zijn; exclusiviteit is een groot goed.

-Wordt vervolgd-

Vliegen

Deel 1
Vertrek

Veertig uur! Vierentwintighonderd minuten! Ik reken maar niet uit hoeveel seconden dat zijn. Zittend op de wc kijk ik naar m’n donderblauwe onderbroek die ik deze duizelingwekkende periode aanhad. Elegant -Rembrandt had het niet beter gekund- tekent zich een ferme, bruine streep aan de binnenkant van mijn boxer. Als aangekoekte lappen spek ontdoe ik mijn riekende voetjes van sokken die ik anderhalve dag geleden aandeed. Het elastiek heeft diepe, zwartgeblakerde groeven in mijn enkels achtergelaten. Als ik later onder de douche sta ontdek ik een smerige, inmiddels geel geworden smeuïge massa achter de rand van mijn -enfin. Heerlijk vliegen dus. Veertig uur geleden stapte ik hoopgevend in het vliegtuig. Kort na het opstijgen sloot ik mijn ogen en voelde ik mijn oude wereld, als het snel kleiner worden van Nederland, vervagen. Alles leek op dat moment vergeten; enkel ik met mijzelf en wat ‘noodzakelijk’ gerieven. Een gelukzalige gedachte. Ik dacht aan afgelopen maand, wat was het bizar. Ik had deze nieuw te beginnen era van mijn leven niet beter kunnen beginnen. Al die lieve mensen bij wie ik heb mogen slapen, ze hebben geen idee hoe gelukkig ze mij maakten -en maken. Ik kijk uit het vliegtuigraam en denk aan mijn pa. Hoe zou hij nu in de auto zitten? Tranen overal of houdt hij zich sterk net zoals hij deed tijdens ons afscheid. Ik zag hem vechten tegen zijn vochtiger wordende ogen. ‘Ga nou maar’, zei hij om de strijd niet te verliezen. Als twee vervlochten doornstruiken stonden we op Schiphol. Ik hield hem stevig vast en hij mij. Het was niet alleen de eerste keer dat wij -vader en zoon- zo stonden, maar het maakte ook diepe indruk op mij. Volgens hem zien we elkaar te weinig -een veelvoorkomende probleem bij ouders. Maar, die knuffel op dat precieze moment, daar op Schiphol, terwijl wij elkaar een lange poos niet gaan zien, was meer dan precies wat ik nodig had. Dank ouwe. Mijn lieve vader achterlatend loop ik verder richting de douane. Vele jaren geleden liep mijn pa hier ook terwijl hij zíjn ouders snikkend achterliet om richting Australië te vertrekken. Sommige dingen zullen nooit veranderen. Gelukkig.

-Wordt vervolgd-

De laatste nacht; spanning

Een vreemde cocktail van emoties heeft zich deze laatste dag, laatste uren, laatste ogenblikken van mij meester gemaakt. Enerzijds ben ik klaar voor alles wat komen gaat. De gehele voorbereiding is nagenoeg perfect geweest. Ok, een enkele blaam: het vergeten van de afspraak met mijn oma Ria. Maar gelukkig heb ik vanmiddag de gemaakte schade als ambachtelijke timmerman hersteld. 

Ik heb zelfs vanavond iets gedaan wat ik niet eerder in mijn gekke leventje deed: het voorlezen van een kind voor het slapen gaan als laatste opdracht.  Deze eervolle gebeurtenis dragen wij beiden ons leven mee, want hoe bijzonder waren die verhalen van uw vader of moeder aan uw kinderbed. Nooit zal dat kleine binkie van vanavond vergeten dat ik hem heb voorgelezen en deze gedachte zal mij daardoor ook nooit meer verliezen. Inmiddels slaap hij. Ik niet, ik probeer mijn gevoel te beschrijven want hoe goed de voorbereiding ook was, hoe chil ik me voel; what the fuck ga ik in hemelsnaam doen? Er staan negen angstig lege maanden aan de rand van mijn bed. Geen idee wat te doen en hoe deze niet te versmaden periode in wordt gekleurd. Kon de tijd maar een kleine sprankelende tip van de sluier oplichten middels een verhaaltje aan dit eenpersoonsbed waar ik in lig. Dan kon de slaap, heel misschien, mij wel vatten. 

Xm 

Schone ouders

Al enkele dagen bij hen; ik voel me teruggezogen in het verleden. Sedert mijn negentiende -mentaal en fysiek ontwikkeld: zestien- voed ik mezelf op; niet geheel zonder slag of stoot. Zonder sturing m’n eigen weg bepalen. Vaak juist, soms een smet op het blazoen. Heerlijk. Maar, deze drie dagen ervaar ik het leven van een onbevangen puber onder de warme vleugels van mama en papa: mijn schone ouders. Thuisgekomen staat het eten klaar, een warm bord macaroni, chocolade mouse toe. ’s Avonds zitten zij liefelijk op de bank: zij, de moeder van mijn liefdesbronnetje, breidt en aanschouwt met een schuin oog waar hij, vaderlief, naar kijkt: een duffe serie. Vaak vind ik mensen die dusdanig stoffig op bank hangen saai en burgerlijk. Maar zij, die dit geruststellende en tekende schouwspel kleuren, raken mij diep in m’n ziel terwijl ik ze gade sla van achter m’n laptopje: zij breidt nog steeds, hij heeft gezapt. Of ik nog een kopje koffie of thee wil, ik krijg er ook een koekje bij. Ik kan me niet herinneren ooit een bekenisvollere vraag te hebben gekregen. Een vraag van deze liefdevolle mensen die goedheid draagt in al z’n eenvoud. Na mijn antwoord loopt hij de keuken in. Zij, zonder op te kijken, breidt nog steeds. Ik schrijf mijn woorden: wat zijn ze lief.

Willem

21-12-2016

Hij liep wel eens voorbij en we spraken elkaar zoals collega’s dat doen: oppervlakkig zonder verder levens gravende diepgang. Vanaf het moment dat ik hem vertelde over mijn plan was onze relatie radicaal anders. Nooit meer bleven wij op de oppervlakte, altijd werd gesproken over het leven, de vrijheid van reizen, (on)gemakken en wat niet al. Nadat wij vandaag beiden klaar waren met werken liep ik met hem mee naar het station. Eigenlijk wilde ik een pilsje drinken, maar hij moest morgen vroeg op. Tijdens die korte wandeling, voortgeduwd door de avond van Haarlem, werd ik liefelijk betast door een gevoel van weemoed. Want ondanks wij elkaar nauwelijks kenden, onze gemeenschappelijke verlangens passen als een compleet gelegde puzzel van minimaal tienduizend stukjes. Hij vertelde over zijn twee weken rondtrekken door het liefkozige België en ik was ontroerd. ‘Waarom altijd zo ver weg, terwijl je de vrijheid ook dichtbij huis kan zoeken.’ Met enig gevoel van schaamte, van mijn belachelijke verre en lange reis, knikte ik instemmend mee. Want gelijk heeft hij. Waarom moeten wij ‘de backpackers’ het belachelijk ver zoeken. Hoe tevreden kun je met jezelf zijn als je de voldoening van vrijheid, zelfontplooiing en verrijking vindt bij onze oosterburen? Kom je dan niet veel dichter bij je werkelijk ik. Werkelijk getroffen door zijn even sober als fantastische plan zag ik bij hem daarentegen een twinkling in zijn ogen verschijnen toen ik over mijn krankzinnige plan begon. Zes maanden Australie en daarna een treinreis van Zuid-Vietnam naar Portugal. Meer dan ik aankon zei hij hoe tof hij mijn plan vindt. Ik reageerde laconiek, maar nu met terugwerkende kracht en de wetenschap dat ik hem -ondanks onze zeer recente nader tot elkaar gekozen zielen- negen maanden niet ga zien, voelt zijn gemis als een weggelopen huisdier: je koopt zo een nieuwe, maar de afwezigheid kruipt onder je huid. Dus daar stonden wij voor de ingang van station Haarlem. Mensen liepen gehaast in en uit niet wetende dat daar twee jongens stonden die, ondanks ze elkaar nauwelijks kenden toch op een bijzondere wijze met elkaar verbonden zijn. De komende negen maanden zal er geen contact zijn, geen gebel, berichten of gelul. Maar de wederzijdse gedachte dat die ander denk aan jou maken die andere weer rustig.

Tot over negen maanden, dan drinken we zeker een pilsje.

Xm.

Hello world!

Welcome to WordPress. This is your first post. Edit or delete it, then start writing!