Raar behang

Dus daar lig ik. Op het roze behang, een duidelijke aanwijzing van een meisjeskamer, staan in een vrolijk patroon vogel-achtige figuren afgebeeld. De wezens, die het meest lijken op rechtopstaande piquins turen mij met grote ogen merkwaardig  aan. Alle andere keren dat ik hier, in jouw kamer, op jouw bed lag was jij er ook. Nu niet. Nee lief je bent heel ver weg, doet een fantastische trip op het dak van de wereld, een plek waar het internet net zo schaar is als bergen van formaat in ons verzuurde landje. Tussen ons zal er de komende veertien dagen geen contact zijn, en zo ben je werkelijk van mij en de rest van de wereld afgesloten. Deze vreemde gedachte rust niet als een vredig dobberend bootje in mijn hoofd, maar sprake van rusteloosheid is zeker ook niet het geval. Iets ertussenin dus. Een keer eerder hadden wij lange tijd geen contact, maar toen was het een door omstandigheden zelf gekozen beslissing, en kon ik in geval van nood jou contacten. Nu is zelfs dat niet mogelijk. Echt niet mogelijk.

Het is kerst.

Fijn was het om deze door de maatschijppij opgelegde “gezellige dagen” door te brengen met jouw ouders en familie. Zoals je weet ben ik geen fan van dit soort verplichte feesterijen, maar ik kan niet ontkennen me zeer op m’n gemak te voelen. De hele omgeving, de mensen, deze roze kamer, nota bene dit verdomde bed waarin we zo vaak de liefde bedreven, brengen mij gevoelsmatig het dichtst bij degene bij wie ik nu het liefst wil zijn. Helemaal in deze fase, bruut afgezonderd van mijn liefdesbronnetje. Dromen van tomeloos gemis zal ik niet hebben en tranen dat ik je mis evenmin, maar godverdomme lief wat zou het intens plezierig zijn als je nu tegen mij aan kon kruipen. Als wij nu zachtjes konden kroelen en de wereld van de slapende betreden terwijl ik jouw mooie lichaam voel, ruik en proef. Morgen zou ik wakker worden en, net als alle andere keren toen je naast me lag, zou ik mij de gelukkigste mensch ter wereld wanen. Maar nee, je bent er niet. Je bent er echt niet. De vogels kijken mij vragend aan, ze lijken te denken: waarom ligt hij hier alleen?

Het ga je goed.

Hou van jou.

Xm 

Wiskey en peukjes doen wonderen; 222.50 deadlift.

Willem

21-12-2016

Hij liep wel eens voorbij en we spraken elkaar zoals collega’s dat doen: oppervlakkig zonder verder levens gravende diepgang. Vanaf het moment dat ik hem vertelde over mijn plan was onze relatie radicaal anders. Nooit meer bleven wij op de oppervlakte, altijd werd gesproken over het leven, de vrijheid van reizen, (on)gemakken en wat niet al. Nadat wij vandaag beiden klaar waren met werken liep ik met hem mee naar het station. Eigenlijk wilde ik een pilsje drinken, maar hij moest morgen vroeg op. Tijdens die korte wandeling, voortgeduwd door de avond van Haarlem, werd ik liefelijk betast door een gevoel van weemoed. Want ondanks wij elkaar nauwelijks kenden, onze gemeenschappelijke verlangens passen als een compleet gelegde puzzel van minimaal tienduizend stukjes. Hij vertelde over zijn twee weken rondtrekken door het liefkozige België en ik was ontroerd. ‘Waarom altijd zo ver weg, terwijl je de vrijheid ook dichtbij huis kan zoeken.’ Met enig gevoel van schaamte, van mijn belachelijke verre en lange reis, knikte ik instemmend mee. Want gelijk heeft hij. Waarom moeten wij ‘de backpackers’ het belachelijk ver zoeken. Hoe tevreden kun je met jezelf zijn als je de voldoening van vrijheid, zelfontplooiing en verrijking vindt bij onze oosterburen? Kom je dan niet veel dichter bij je werkelijk ik. Werkelijk getroffen door zijn even sober als fantastische plan zag ik bij hem daarentegen een twinkling in zijn ogen verschijnen toen ik over mijn krankzinnige plan begon. Zes maanden Australie en daarna een treinreis van Zuid-Vietnam naar Portugal. Meer dan ik aankon zei hij hoe tof hij mijn plan vindt. Ik reageerde laconiek, maar nu met terugwerkende kracht en de wetenschap dat ik hem -ondanks onze zeer recente nader tot elkaar gekozen zielen- negen maanden niet ga zien, voelt zijn gemis als een weggelopen huisdier: je koopt zo een nieuwe, maar de afwezigheid kruipt onder je huid. Dus daar stonden wij voor de ingang van station Haarlem. Mensen liepen gehaast in en uit niet wetende dat daar twee jongens stonden die, ondanks ze elkaar nauwelijks kenden toch op een bijzondere wijze met elkaar verbonden zijn. De komende negen maanden zal er geen contact zijn, geen gebel, berichten of gelul. Maar de wederzijdse gedachte dat die ander denk aan jou maken die andere weer rustig.

Tot over negen maanden, dan drinken we zeker een pilsje.

Xm.