Werp terug woensdag

Werp terug woensdag

Werp terug woensdag

2. Omsk: diarree, Dostoevsky, militairen

Militairen met hun worst

De militaire jongens zijn verdwenen, spanning van de fles. Ik vond ze niet irritant en natuurlijk waren ze meer dan welkom, maar ik heb diarree als de Niagara waterfalls. Er lijkt een aambeeld in mijn buik te zitten, een alles ophoudende stuwdam. De behoefte aan rectale ontluchting tot grote hoogte gestegen, evenals angst voor sfeerverlagende, stinkende scheten. Gelukkig hield mijn buik zich, ze merkten niets. Ik kijk naar mijn bedje. Dit enige, voor mij, stukje privédomein van den treinreiziger, moest ik deze reis vaker dan me lief was delen. In een cabine zijn twee hoge – en twee lage bedden. De onderste zijn prettiger omdat je beter kunt zitten en een tafeltje hebt. Vaak lagen de twee legerjongens, waarvan er één met mij op de foto wilde, rustig op hun bovenbedden te slapen. Maar liggen wordt na uren saai, dat begrijp ik en dus kwamen ze soms omlaag om hun benen te strekken of te eten.
Automatisch maakte ik ruimte om hen te laten zitten, ik ben een sociale jongen, helemaal toen ik zag hoe die ene met mijn mes speelde. “2. Omsk: diarree, Dostoevsky, militairen” verder lezen

Omsk: diarre, Dostoevsky, militairen

1. Weelderige puist in de Oblast

Een langwerpige ruimte, tl-licht, witte tegels en een kraan met ernaast een luchtverfrisser, zeer nodig want ik was te vaak te vinden in dit kamertje dat overal ter wereld mensen in rust hun behoefte laat doen. Net als voorgaande dagen, in doorleefd Omsk, oud en versleten als een desolate fabriek, komt er uit mijn anus water gespoten dat zelfs op de tegels spetters nalaat. Wat zou er op mijn rug zitten? Ik wil Uber bestellen, maar de enige die op dit onchristelijke tijdstip rondrijdt, is niet langer beschikbaar. Kut, ik heb er één nodig. Mijn trein vertrekt over ruim een uur. Het waren bijzondere dagen in deze Siberische stad, voornamelijk vanwege mijn vloeibare maag en nog vloeibare ontlasting. De anderhalf miljoen inwoners ontmoeten weinig toeristen, wat mijn zonderlinge verschijning kleur gaf.

“Omsk: diarre, Dostoevsky, militairen” verder lezen

Werp terug woensdag

Ulaanbaatar: broeinest van boeventuig

Deel 1. Aankomst 

Ik had mijn hostel, zoals altijd, al geboekt. De Trans Mongolië Express glijdt onvermoeibaar achter mij richting de volgende bestemming. Het is kouder in de hoofdstad van Mongolië, mijn uitgeademde zuurstof rolt als vlassige dampen over mijn lippen. Mijn telefoon zegt dat het veertig minuten lopen is naar mijn hostel. Ik ben moe, maar heb zin in de wandeling door deze voor mij verse omgeving. Bepakt als een kameel ontdek ik dat de infrastructuur van mindere kwaliteit is dan in Beijing. Ook nu brengt mijn navigatie mij door aftandse wijken waar auto’s over niet-geasfalteerde wegen hobbelen, een dikke stofwolk achter zich latend. In deze buurten, met huizen die doen denken aan Braziliaanse favela’s, schieten argwanende blikken op mijn gestalten en ik denk: dat zal vast door de wijk komen, later zullen mensen vriendelijker worden. Ik verlang naar mijn gezellige China. “Ulaanbaatar: broeinest van boeventuig” verder lezen

Beijing: lachen met vooroordelen

Mijn grote en kleine rugzak, en een plastic tasje met nep Pringles, noodles, oploskoffie en een fles water staan naast me; dit is alles wat ik heb, een heerlijk gevoel. Ik zit in wachtruimte één op het Centraal Station te Beijing. Tien dagen geleden kwam ik aan in deze wereldstad gevoed met vooroordelen. Goed, ik ben er inmiddels achter: ze spugen op straat nadat ze eerst duidelijk hoorbaar rochelen en soms klonk dat zo onuitstaanbaar dat ik inwendig kokhalsde. Ook aan het luidruchtig smekken en smakken – in stille ruimtes – kon ik niet wennen, een hoge mate van irritatie tot gevolg. Maar ik temde mijzelf, altijd weer, want wanneer voor westerse normen een gewoonte onsmakelijk klinkt, betekent niet dat smekken en smakken (met speeksel en geprakt eten zichtbaar op de onderlip) als een op hol geslagen lama, onsmakelijk is. En terwijl ik op mijn handen zat om niet tot fysiek geweld over te gaan, bedacht ik: hier is duidelijk sprake van een door cultuur bepaald verschil in opvattingen omtrent het produceren van smekgeluiden en daar dien ik als open mind, en wereldreiziger, luchtig en ontspannen mee om te gaan. Maar godverdomme wat had ik die smekkende smakker graag op zijn bek willen timmeren. “Beijing: lachen met vooroordelen” verder lezen

Twee Nanning -> Beijing

2. Tevredenheid

Combineer Amsterdam, Utrecht en Den-Haag cs verdubbel het aantal mensen en u heeft een idee van Nanning trainstation. Alle mogelijk bronnen van informatie (borden of servicemedewerkers) in Chinees, en dus voelde ik mij als een verwonderende, pasgeborene in een nieuwe wereld. Ik ben wel vaker de enige roodharige in gezelschap. Maar hier in een wereld van zwartharige spleetogen voelde ik me als zonderlinge westerling, een zwart schap in een duizend schapen tellende kudde. Tassen ging door detectiepoortjes. Ik zocht waar ik heen moest en vroeg dit aan een in oranje hesje geklede, niet Engels sprekende service medewerker. Met handgebaren en google translate en mijn treinkaartje begreep hij waar ik heen moest. Ik volgde hem voor tien minuten door gangen, trappen op trappen af, een lift in, omhoog, de lift uit. Verkeerd, terug door een gang ditmaal kleiner. Op muren Chinese tekens en overal bergen mensen. Uiteindelijk kwamen we in een grote hal met een enkele doorgang naar perrons elf tot en meer veertien. De doorgang was momenteel gesloten en verschafte alleen toegang dertig minuten voor vertrek van de trein.

Het was een aangename trein, met vriendelijk personeel en een verzorgd interieur. Voor ruim vierentwintig uur installeerde ik mij op mijn bedje en maakte kennis met mijn tijdelijke huisgenoten: een oudere man, vrouw en twee kinderen. Door onverklaarbare reden had ik door dat het meisje en jongetje niet hun kinderen waren en na holbewoner-communicatie bleken zij de oom en tante. Het is jammer dat een kind, naar mate hij ouder wordt zijn nieuwsgierigheid verliest. Ik zag hoe het jongetje op alle mogelijke manier mijn voor hem vreemd uitziende uiterlijk interessant vond en probeerde contact te maken. Vanuit dit oogpunt wandelde ik door de trein en ontdekte dat er een soortement restaurant aanwezig was, waar ik onder luid geblèr mijn maaltijd verorberde. Vreedzaam is het woord dat het beste past bij deze rit en de volgende dag kwam ik met een tevreden glimlach aan in die bizar grote stad. Welkom in Beijing.

 

Treinreis Hanoi -> Nanning 

1. Wc-rol

De trein sjokte terwijl dag plaatsmaakt voor nacht. Ik was op weg van Hanoi naar Nanning, een stoffige stad China dacht ik  waar oudheid bij elkaar wordt gehouden door één levensader:  een roestig spoor met aan weerzijden vervallen gebouwen, die het communiste uitademen als de laatste zucht van een hoogbejaarde. Het binnenrijden van een nieuwe trein in deze stad voelt, fantaseerde ik, als een hartslag; nieuw bloed, nieuw zuurstof in deze vervallen wereld. Maar mijn verwachting stond mijlen ver van de werkelijkheid. Tijdens het binnentreden van Nanning aanschouwde ik tien mintuten door het couperaam tientallen, zo niet honderden flatgebouwen, de een groter dan de ander. Sommige in aanbouw, maar allen toonden het tekenende beeld van deze in ontwikkeling zijnde wereldmacht.

Gisteravond nam ik onzeker plaats in mijn coupé. Vier bedjes vormen het domein van treinreizigers. Ik hoopte op een hobbelige, rustige nachtrust, maar kort na vertrek werd mij verteld, in gebrekkig Engels, dat er twee controles zouden zijn vanwege het overgaan van de grens met China. Rond twee uur werd er dwingend gebonsd, de Vietnamese douane in een eenzame nacht. Alles uit de trein, koffers en tassen gecontroleerd. Ik zag ze zelfs met lichten zoeken onder de treinstellen. Daarna slapen, maar tegen vijven werd er weer geklopt. Opnieuw moest alles uit de trein en controleerde Chinese douaniers paspoorten onder het toeziend oog van in legerkleding gehesen, boos kijkende mannetjes. Ik stond vooraan, maar aan de beurt bleek dat ik was vergeten een aankomtsformulier in te vullen – zo één als in het vliegtuig – en dus werd ik met een emotieloze blik en meedogenloze arm weggewezen.

We maken een spong dat kan als je schrijft, want ik wil mijn lezer niet zo lang laten wachten als ik moest doen. Veertig minuten later lag ik met oordoppen en een slaapmaskertje in mijn bedje. Ver weg hoorde ik de locomotief aldoor toeteren en in gemoedelijk cadans vond ik nachtrust. Heerlijk. Ik sliep als een roos, maar werd voor een derde maal gewerkt door luid geklop op de deur: we waren bijna bij Nanning werd mij verteld. Dank u. Ik keek uit het raam en zag wat ik eerder beschreef: flatgebouwen tot de horizon.

Nu zit in in een koffietentje in een shopping mall in Nanning, en ook hier stopt het avontuur niet. Ik voelde net de onstuitbare drang te moeten poepen; geen man over boord, dacht ik, ik ben immers in een wereldstad en dus liep ik naar de wc. Hier aangekomen een grootste ontdekking: geen wc-papier. Nog steeds geen zorgen, er zijn meerdere toiletten. Maar weer: geen afveegpapier, net als in alle wc’s. Verdomme wat nu? Ik liep terug naar mijn tas in de koffietent en haalde een verse closetrol tevoorschijn. Eerlijk gestolen voor het geval dat… en dus lieve lezen een tip van deze dolende geest:

Wees voorbereid als reiziger en steel een rol wc-papier, het liefst van een maat.
Dat vindt hij vast niet erg, zo lang je er maar eentje achterlaat.

Wordt vervolgd.