Werp terug woensdag

Sados_Kiev

Wouter heeft z’n patiënt gedag gezegd als hij zijn mobiel pakt en ziet dat Michael een bericht heeft gestuurd. Nieuwsgierig leest hij:

Wout, ik heb zo afgesproken met een gast. Ik ga iets vets doen. Als ik vanavond niet heb gereageerd moet je ff de hulpdiensten inschakelen. 😉 Spreek je, hopelijk, vanavond.
Xm.

Toch een beetje bang

Eigenlijk zou dit best fout kunnen aflopen, bedenk ik me plots. Je hoort soms verhalen. Eerst is er een vermissing en later wordt het levenloze lichaam gevonden; verminkt, verkracht, verbrand. Laatst had ik Pulp Fiction gekeken. Misschien speelt de scène waarin Butch (Bruce Willis) door een homofiele politieagent in een weerzinwekkende sm-kelder onder handen worden genomen, ook geen positief effect op mijn zorgwekkende gedachten. Ik zou over twee uur in zo’n ruimte in kunnen stappen, een klap op mijn kop krijgen om vervolgens wakker te worden, naakt en vastgebonden op een bed, terwijl Sados_Kiev met een enorme zwarte dildo staat te grinniken. Mijn fantasie zal wel parten spelen, maar ik moet een noodrem inbouwen in dit plan en dus stuur ik een bericht naar Wout.

“Sados_Kiev” verder lezen

Werp terug woensdag

Loneliness

This is translated by Bo Snitker. 

Mopeds are crawling through gritty streets. There are sounds, and smells, and sights everywhere. Carefully, I walk through a half-opened door. I’m hungry and I think this is a restaurant. When I walk into the half-deserted establishment I’m met with questioning eyes but I sit down anyway. Is it Western arrogance or naïve ignorance? The staff probably thinks its Western arrogance but they help me with flair. I’m offered a menu but I have no idea what to order. I just point at something and hope for the best. I used to be a difficult eater. I would fish the, what I called frilly bits, from my spaghetti. But there is no time for this behaviour during my travels. I just eat it and see what happens. “And a beer please”, because I need one.

I’m never actually alone.

Before my travels I thought I could easily manage the loneliness but it actually feels like torture. Think, for example of my stay in Shepperton or my arrival in Ho Chi Min. As described, I have returned to Ho Chi Min after my Mui Ne Hills adventure and the loneliness has crept back into my heart. After yesterday’s events I have been crying on the shoulder of the person who I like to spent time with most. But she is further away from me now than ever before. But the thought that I might meet her somewhere is keeping me going. I understand love. I understand that love can be diminished. I understand that excitement fades like night fades before day. My heart knows that love doesn’t last and it can be quenched like fire. And that is why I’m in this chaotic city called Ho Chi Min. This city, where sensory stimulation is everywhere. This city, where it is impossible to feel alone. But in this city, which is crawling like an ant colony, I just feel more lonely and downtrodden. I need a hug or any other sign of affection from her.

I’m looking at the restaurant. Outside are a thousand noises. The half-opened door has been closed since I walked in. It looks more like an emergency exit than a regular entrance. Strange really. It is impossible for any new customers to come in because they have also closed the sliding doors. I’m the only customer. Then I see a note that explains everything. I cannot read the words but there is no mistaking the time. 14:00 – 17:00. The restaurant is closed. I have been locked in. But they serve me anyway. The food was great and drinking my beer felt like meeting up with an old friend. When I get up to pay I type a quick sentence into Google Translate. “I’m sorry, I didn’t know you were closed”. They give me a reassuring smile and four kind eyes are staring at me. It makes me feel less alone.

Treinreis Omsk – Moskou; de clown zonder glimlach

Diarree, drie uur te vroeg en geoliede moordmachines. Zou na zoveel fijne momenten in al treinen dan eindelijk een rit van pure tegenslag zich aandienen. Zie het hier in het laatste deel van de Trans Mongolië Express.

2. Omsk: diarree, Dostoevsky, militairen

Militairen met hun worst

De militaire jongens zijn verdwenen, spanning van de fles. Ik vond ze niet irritant en natuurlijk waren ze meer dan welkom, maar ik heb diarree als de Niagara waterfalls. Er lijkt een aambeeld in mijn buik te zitten, een alles ophoudende stuwdam. De behoefte aan rectale ontluchting tot grote hoogte gestegen, evenals angst voor sfeerverlagende, stinkende scheten. Gelukkig hield mijn buik zich, ze merkten niets. Ik kijk naar mijn bedje. Dit enige, voor mij, stukje privédomein van den treinreiziger, moest ik deze reis vaker dan me lief was delen. In een cabine zijn twee hoge – en twee lage bedden. De onderste zijn prettiger omdat je beter kunt zitten en een tafeltje hebt. Vaak lagen de twee legerjongens, waarvan er één met mij op de foto wilde, rustig op hun bovenbedden te slapen. Maar liggen wordt na uren saai, dat begrijp ik en dus kwamen ze soms omlaag om hun benen te strekken of te eten.
Automatisch maakte ik ruimte om hen te laten zitten, ik ben een sociale jongen, helemaal toen ik zag hoe die ene met mijn mes speelde. “2. Omsk: diarree, Dostoevsky, militairen” verder lezen

Omsk: diarre, Dostoevsky, militairen

1. Weelderige puist in de Oblast

Een langwerpige ruimte, tl-licht, witte tegels en een kraan met ernaast een luchtverfrisser, zeer nodig want ik was te vaak te vinden in dit kamertje dat overal ter wereld mensen in rust hun behoefte laat doen. Net als voorgaande dagen, in doorleefd Omsk, oud en versleten als een desolate fabriek, komt er uit mijn anus water gespoten dat zelfs op de tegels spetters nalaat. Wat zou er op mijn rug zitten? Ik wil Uber bestellen, maar de enige die op dit onchristelijke tijdstip rondrijdt, is niet langer beschikbaar. Kut, ik heb er één nodig. Mijn trein vertrekt over ruim een uur. Het waren bijzondere dagen in deze Siberische stad, voornamelijk vanwege mijn vloeibare maag en nog vloeibare ontlasting. De anderhalf miljoen inwoners ontmoeten weinig toeristen, wat mijn zonderlinge verschijning kleur gaf.

“Omsk: diarre, Dostoevsky, militairen” verder lezen

Werp terug woensdag

De Mongool met z’n muurtje

Met een kop alsof hij tussen een bankschroef heeft gezeten en horizontale blik met donkere ogen antwoordt hij: ‘No.’ Nou zeg, denk ik. Ik doe je heus niets aan hoor, ik vroeg alleen of je Engels spreekt. Zijn norse kop naar voren gericht alsof hij helemaal geen zin heeft in dit ritje en zijn hand nonchalant aan het stuur. Hij manoeuvreert zich overal tussen. Links heeft hij, wat mijn vader vroeger in de vrachtwagen een “bakkie” noemde vast. Hij roept er dingen tegen, soms krijgt hij antwoord. Deze man toont in één rit de volksaard van Ulaanbaatar. De afgelopen dagen vulden zich met bokkige blikken en knorrige reacties. Misschien dat de kou parten speelde, mensen diep verwikkeld in hun winterkleding. De enige die normaal sociaal contact vertoonde was Muggi, de vrouw van het hostel. Het kostte haar wel grote moeite want iedereen “behoort” een tour te doen, slapen in een ger bij een nomadenfamilie. Maar daar had ik geen zin in. Ik zei dat ik weinig geld had en liever door de zonderlinge stad doolde, iets wat ze moeilijk kon omarmen. Dat ik als reiziger geen tour deed, trok als een lopend vuurtje door de stad. Ik werd verguisd, beschimpt, weggehoond. ‘Kijk daar heb je die jongen die geen tour doet’, fluisterden mensen als ik voorbij liep. Ik was de uitgestotene van Ulaanbaatar. “De Mongool met z’n muurtje” verder lezen

Werp terug woensdag