De Mongool met z’n muurtje

Met een kop alsof hij tussen een bankschroef heeft gezeten en horizontale blik met donkere ogen antwoordt hij: ‘No.’ Nou zeg, denk ik. Ik doe je heus niets aan hoor, ik vroeg alleen of je Engels spreekt. Zijn norse kop naar voren gericht alsof hij helemaal geen zin heeft in dit ritje en zijn hand nonchalant aan het stuur. Hij manoeuvreert zich overal tussen. Links heeft hij, wat mijn vader vroeger in de vrachtwagen een “bakkie” noemde vast. Hij roept er dingen tegen, soms krijgt hij antwoord. Deze man toont in één rit de volksaard van Ulaanbaatar. De afgelopen dagen vulden zich met bokkige blikken en knorrige reacties. Misschien dat de kou parten speelde, mensen diep verwikkeld in hun winterkleding. De enige die normaal sociaal contact vertoonde was Muggi, de vrouw van het hostel. Het kostte haar wel grote moeite want iedereen “behoort” een tour te doen, slapen in een ger bij een nomadenfamilie. Maar daar had ik geen zin in. Ik zei dat ik weinig geld had en liever door de zonderlinge stad doolde, iets wat ze moeilijk kon omarmen. Dat ik als reiziger geen tour deed, trok als een lopend vuurtje door de stad. Ik werd verguisd, beschimpt, weggehoond. ‘Kijk daar heb je die jongen die geen tour doet’, fluisterden mensen als ik voorbij liep. Ik was de uitgestotene van Ulaanbaatar. “De Mongool met z’n muurtje” verder lezen

Visums regelen

Na de avontuurlijkheden in Mui Ne doe ik mijn eerste treinrit van Ho Chi Minh naar Hanoi. Daar aangekomen word ik op de late avond overvallen door een gemoedelijke chaos – complete waanzin. Op elk mogelijk manier worden zintuigen tot het maximale geprikkeld. Overal geluiden van brommers, geschreeuw of ander lawaai. Duizend en één geuren rammen als wilde stieren je reukorgaan binnen, het visuele als een constante stroom uit een Amerikaanse actie film, rust nooit geboden. In Hanoi is mijn voornaamste doel het verkrijgen van mijn visums voor China, Mongolië en Rusland. “Visums regelen” verder lezen