Treinreis Omsk – Moskou; de clown zonder glimlach

Diarree, drie uur te vroeg en geoliede moordmachines. Zou na zoveel fijne momenten in al treinen dan eindelijk een rit van pure tegenslag zich aandienen. Zie het hier in het laatste deel van de Trans Mongolië Express.

2. Omsk: diarree, Dostoevsky, militairen

Militairen met hun worst

De militaire jongens zijn verdwenen, spanning van de fles. Ik vond ze niet irritant en natuurlijk waren ze meer dan welkom, maar ik heb diarree als de Niagara waterfalls. Er lijkt een aambeeld in mijn buik te zitten, een alles ophoudende stuwdam. De behoefte aan rectale ontluchting tot grote hoogte gestegen, evenals angst voor sfeerverlagende, stinkende scheten. Gelukkig hield mijn buik zich, ze merkten niets. Ik kijk naar mijn bedje. Dit enige, voor mij, stukje privédomein van den treinreiziger, moest ik deze reis vaker dan me lief was delen. In een cabine zijn twee hoge – en twee lage bedden. De onderste zijn prettiger omdat je beter kunt zitten en een tafeltje hebt. Vaak lagen de twee legerjongens, waarvan er één met mij op de foto wilde, rustig op hun bovenbedden te slapen. Maar liggen wordt na uren saai, dat begrijp ik en dus kwamen ze soms omlaag om hun benen te strekken of te eten.
Automatisch maakte ik ruimte om hen te laten zitten, ik ben een sociale jongen, helemaal toen ik zag hoe die ene met mijn mes speelde. “2. Omsk: diarree, Dostoevsky, militairen” verder lezen

De Mongool met z’n muurtje

Met een kop alsof hij tussen een bankschroef heeft gezeten en horizontale blik met donkere ogen antwoordt hij: ‘No.’ Nou zeg, denk ik. Ik doe je heus niets aan hoor, ik vroeg alleen of je Engels spreekt. Zijn norse kop naar voren gericht alsof hij helemaal geen zin heeft in dit ritje en zijn hand nonchalant aan het stuur. Hij manoeuvreert zich overal tussen. Links heeft hij, wat mijn vader vroeger in de vrachtwagen een “bakkie” noemde vast. Hij roept er dingen tegen, soms krijgt hij antwoord. Deze man toont in één rit de volksaard van Ulaanbaatar. De afgelopen dagen vulden zich met bokkige blikken en knorrige reacties. Misschien dat de kou parten speelde, mensen diep verwikkeld in hun winterkleding. De enige die normaal sociaal contact vertoonde was Muggi, de vrouw van het hostel. Het kostte haar wel grote moeite want iedereen “behoort” een tour te doen, slapen in een ger bij een nomadenfamilie. Maar daar had ik geen zin in. Ik zei dat ik weinig geld had en liever door de zonderlinge stad doolde, iets wat ze moeilijk kon omarmen. Dat ik als reiziger geen tour deed, trok als een lopend vuurtje door de stad. Ik werd verguisd, beschimpt, weggehoond. ‘Kijk daar heb je die jongen die geen tour doet’, fluisterden mensen als ik voorbij liep. Ik was de uitgestotene van Ulaanbaatar. “De Mongool met z’n muurtje” verder lezen

Ulaanbaatar: broeinest van boeventuig

Deel 1. Aankomst 

Ik had mijn hostel, zoals altijd, al geboekt. De Trans Mongolië Express glijdt onvermoeibaar achter mij richting de volgende bestemming. Het is kouder in de hoofdstad van Mongolië, mijn uitgeademde zuurstof rolt als vlassige dampen over mijn lippen. Mijn telefoon zegt dat het veertig minuten lopen is naar mijn hostel. Ik ben moe, maar heb zin in de wandeling door deze voor mij verse omgeving. Bepakt als een kameel ontdek ik dat de infrastructuur van mindere kwaliteit is dan in Beijing. Ook nu brengt mijn navigatie mij door aftandse wijken waar auto’s over niet-geasfalteerde wegen hobbelen, een dikke stofwolk achter zich latend. In deze buurten, met huizen die doen denken aan Braziliaanse favela’s, schieten argwanende blikken op mijn gestalten en ik denk: dat zal vast door de wijk komen, later zullen mensen vriendelijker worden. Ik verlang naar mijn gezellige China. “Ulaanbaatar: broeinest van boeventuig” verder lezen